Marry & GO

14: Marry & GO

 

Het gebeurde niet vaak, maar af en toe mochten we op vrijdagmiddag eerder weg. Op zo’n middag vond ik het fijn om de lange weg naar huis te nemen. Dan stopte ik even bij het bedrijventerrein, en parkeerde mijn auto voor het hek van het leegstaande gebouw. Daar ging ik dan mijn loopbaan zitten overdenken, terwijl ik verlangend naar het lege gebouw keek, en dacht aan alle potentie die het had. Het was er al jaren donker, en dat vond ik eeuwig zonde. Al jaren fantaseerde ik dat ik op een dag een geniale ingeving zou krijgen, en dat ik, achter dat grote ijzeren hek, mijn dromen waar zou maken. Het was dat ik niet de creatieve genen van mijn familie had geërfd, want aan de financiële middelen ontbrak het me in ieder geval niet.
Maar ja, bedacht ik me, al dat dromen had ook eigenlijk maar weinig zin. Ik moest realistisch blijven. Grotendeels had ik me er heus wel bij neergelegd, dat ik nu eenmaal niet was voorbestemd om door te breken met een groots en vernieuwend idee. Nee, dat was gewoon niet voor mij weggelegd. Zuchtend starte ik de auto en reed ik naar huis.

Mijn vrouw merkte dat ik wat zwaarmoedig was toen ik thuis kwam. Ze ging achter me staan en masseerde mijn schouders. Haar handen stonken naar verf.
“Je gaat toch geen verf aan mijn pak smeren, hè?”
“Nou zeg, ik zal nog eens wat aardigs voor je doen!” zei ze verontwaardigd. Ze liet me los en ze liep de woonkamer uit, richting haar atelier.
“Ja, ga maar weer lekker verder tekenen!” riep ik haar na. Ze haatte het als het ‘tekenen’ noemde. Als je verf gebruikt, is het schilderen. Ja ja, het zal wel. Al dat artistieke gewauwel.
Nee, oké. Als ik er eerlijk over nadacht, kon ik het soms gewoon niet zo goed hebben. Zij was altijd met van alles in de weer. Haar galerie, haar knutselclubje – wat ik ook niet zo mocht noemen – en weet ik veel wat ze allemaal uitvoerde. Buiten dat leidde ze gewoon een spannend bestaan. En wat deed ik? Werken, en als ik thuis kwam plofte ik voor de tv. Heel enerverend.
Ineens kreeg ik een idee. Ik liep achter haar aan.
“Schat?”
Ze keek een beetje verbaasd toen ik binnenkwam, want ik kwam nooit in haar werkkamer. “Ja?”
“Heb je nog een schildersbok over?” Ik had heel bewust niet het woord ‘tekening’ in de mond genomen, om haar niet te irriteren.
“Een ezel bedoel je? Hoezo?” lachte ze.
“Ik zat erover te denken om ook een te- eh, schilderij te maken.”
Ze grijnsde ingehouden. “Dat eh… dat kan. Tuurlijk, waarom niet?”
Ze legde een kartonnen plaat neer op haar tweede ezel, met daarop een groot blad papier. Ze werkte zelf altijd op zo’n dik geval, maar ze vond het vast zonde om die aan mij te verspillen, want ze verwachtte waarschijnlijk niet heel veel van mijn schilderkunsten.
“Wat zal ik schilderen?” Ik vond het weer eens erg lastig om op een idee te komen.
Ze keek niet op van haar werk en zuchtte alleen maar: “Ja, dát moet je zelf verzinnen.”
Toen ik een tijdje had staan staren naar mijn lege vel, besloot ze me te hulp te schieten.
“Wat ik altijd doe als ik het even niet weet, is een rondje door het huis lopen, een paar voorwerpen kiezen, en daarvan een combinatie maken in je hoofd. Vaak verzin je dan vanzelf wel wat het éigenlijk moet zijn.”
Ze liet me een prachtig schilderij zien van een boom, met daarin een boomhut waarin de bosdieren een concert gaven. Onder de boom liep een rivier, waaruit alle vissen, kreeften en schildpadden langs de kant waren gestopt om te luisteren. Er was zoveel op te zien, zoveel detail, en dat kleurgebruik.
“Ik had oorspronkelijk ook  even geen idee, dus ik liep een rondje en ik zag een klok en een koptelefoon. Zodoende”, verklaarde ze. Hoe ze van een klok en een koptelefoon hierbij kwam, dat zag ik niet meteen, maar goed. Misschien kwam ik ook wel op iets geniaals uit wat zíj niet kon volgen.
Ik koos voor de bank en een plant. Een bank waar een plant uit groeide. Hoe kwam ik erop? Bizar, toch?
Eens even kijken. Groen, daar zou ik vast veel van nodig hebben. Ik opende de tube en spoot er een flinke kwak van op mijn palet. De tube was alweer halfleeg. Hmm, en wat bruin. Oranje. Lichtblauw.
“JEZUS! Wat doe je nou, idioot?” riep ze uit toen ze mijn palet zag.
“Het zijn ook wel heel kleine tubetjes, hoor…” klaagde ik.
“Ga je een hele muur schilderen, ofzo –“
“Nou nee, ik wilde eigenlijk klein beginnen, maar –“
“Weet je hoe duur die krengen zijn? Je hebt echt maar een klein beetje nodig!”
“Ik haal wel nieuwe morgen, goed?”
Daar kon ze niet zoveel tegenin brengen. Zwijgend stonden we een poosje naast elkaar te schilderen. Ik had gehoopt dat als ik eenmaal bezig was, de creatieve denker in mij wakker zou worden en dat er dan vanzelf ook allemaal ideeën zouden komen opborrelen over wat ik met het gebouw kon doen, maar dat bleef uit. Het schilderen lukte eigenlijk ook van geen kant. De plek waar de plant uit de bank groeide was een soort donkere vlek geworden en ik probeerde mijn fout te herstellen door er steeds meer verf op te smeren, maar ik maakte het alleen maar erger.
Mijn vrouw was ook niet erg spraakzaam, en hoewel ze het vast wilde aanmoedigen dat ik mijn creatieve zelf probeerde te ontdekken, toch had ze het denk ik liever niet zo dicht in de buurt. Dit was háár terrein. Ik legde mijn penceel neer, gaf haar een kus op de wang en liep terug naar de woonkamer.

Een paar vrijdagen daarop later reed ik het bedrijventerrein weer op en parkeerde mijn auto zoals altijd bij het hek. Hè, zat ik wel goed? Was ik niet verkeerd gereden? Ik moest na twee keer om me heen kijken concluderen dat ik toch echt voor het juiste hek stond. Het enorme ‘VERKOCHT’ bord keek me gemeen grijnzend aan. Één of andere pretentieuze, innovatieve lul was me voor geweest! Waarom had ik het niet gewoon gekocht? Het leven was ook zo oneerlijk! Met een zware steen in mijn maag reed ik naar huis.

Mijn vrouw merkte dat ik wat zwaarmoedig was toen ik thuis kwam. Ze ging achter me staan en masseerde mijn schouders terwijl ik mijn laptop opstarte. Haar handen stonken naar lijm, maar mijn pak kon me op dit moment niet genoeg schelen. Driftig begon ik te zoeken.
“Eduardo”, gromde ik verbitterd. De handen op mijn schouders verstijfden.
Hoe kon het ook eigenlijk anders? De meest pretentieuze, innovatieve lul van allemaal bleek het meesterbrein achter de operatie te zijn. We kenden elkaar van de middelbare school. Toen al was duidelijk dat hij iets belangrijks zou gaan doen, en dat mijn rechtlijnige, voorspelbare toekomst zou verbleken naast die van hem, die zou sprankelen van avontuur en overwachtheid. Dat nu juist híj mijn droomterrein voor mijn neus had weggekaapt omdat hij toevallig wél een briljante ingeving had gehad, was natuurlijk een enorme klap. Het zou trouwens niet de eerste keer zijn. Ik was misschien niet bijster creatief, maar ambitie had ik zeker, daarom zag ik wel steeds alle kansen aan mijn neus voorbij gaan. Zoals die ene keer dat we beiden om de titel van klassenburgenmeester hadden gestreden. Ik hoef natuurlijk niet te vertellen wat de uitkomst was. Mijn traditionele recht-door-zee aanpak was natuurlijk niet genoeg. Het moest vernieuwend. Cultureel. Diepgaand. Ja, dan moest je bij Eduardo zijn. Eduardo, de veelbelovende student.
Ik las dat het plan voor het terrein was om er een Drive-Trough Wedding Chapel van te maken. Waarom had ik daar verdorie niet aan gedacht? Het lag zo voor de hand! Trouwen hoorde toch net zo’n simpele beslissing te zijn als een hamburger bestellen? Iedereen deed altijd zo moeilijk. Waar was de spontaniteit gebleven? Even een trouwerijtje langs de weg? Dat was toch juist de essentie van romantiek? Zo simpel, maar zo efficient. Het kon niet anders dan dat dit een hit zou worden. Het moest wel, met die perfecte plek. Het was super centraal gelegen, en binnen een minuut rijden zat je op de snel weg, mocht je er meteen een huwelijksreisje achteraan willen gooien.
Mijn vrouw ging verder met haar massage. “Wel een heel goed idee, vind je ook niet? Zo romantisch!” zwijmelde mijn vrouw. Ja, vergeleken met onze bruiloft, een traditionele kerkreceptie, was dit wel even een stuk spannender, dacht ik zuur. Die Eduardo weer.
Ik sloeg nijdig haar handen weg. “Ja, was je nou toch maar met Eduardo geëindigd, hè?”
We hadden het er eigenlijk nooit over gehad, dus ik had geen idee of zij wist dat ik op de hoogte was van hun vroegere relatie. Het was misschien een jaar of twintig geleden, maar het zat me nog steeds dwars. Als het om Eduardo ging, veranderde ik gewoon weer in een onzekere puber. Naast hem was ik gewoon niet zo opwindend. Eduardo had haar bijvoorbeeld meegenomen op wereldreis, wist ik van horen zeggen. Ik was meer een fijn geregelde all-inclusive-kinda-guy.
“Ach, dat was toch een grapje!”, probeerde ze de situatie te redden. “Stel je voor dat je zo trouwt! Zo ordinair! Kun je daarna lekker door naar de MC Drive!” Het had geen zin. Ik had gehoord hoe verlangend ze had geklonken over Eduardo’s idee.
“Laat nou maar”, mopperde ik. “Je hebt gewoon de verkeerde keus gemaakt. Hij past zoveel beter bij je. Hij heeft altijd goede ideeën. Hij is spannend, opwindend. Kunstzinnig. Als hij je partner was geweest hadden jullie in een hippe loft gewoond, met een enorm atelier van jullie samen. Dan hadden jullie samen de mooiste dingen verzonnen om te schilderen. En wat doe ik? Ik verspil alleen maar je dure verf als ik eens iets probeer!”
Ze had een paar keer geprobeerd ertussen te komen, maar dat had ik niet toegelaten. Toen ik eindelijk uitgeraasd was zei ze zachtjes: “Die dingen vind ik toch helemaal niet belangrijk, lieverd. Ik ben toch met jóu?”
Maar waaróm, dat zei ze er niet bij. Er was vast niet zoveel te verzinnen. Ja, oké. Ik was stabiel.

Een jaar later gingen ze dan eindelijk open. Ik had het proces belangstellend gevolgd, en was regelmatig langsgereden om te zien hoe het met de verbouwing ging. Vanuit mijn auto had ik toegekeken hoe Eduardo de bouwvakkers vriendelijk doch dringend bevelen gaf. Voor de show had hij ook een oranje hesje aangetrokken en hij vond het ook niet erg om hier en daar drie korrels zant te verplaatsen met een échte schep. Het was toch ook zo’n gewone man! Gewoon net zoals jij en ik!
Mijn vrouw vond het ongezond hoeveel ik me er mee bezig hield, maar ik kon niet anders. Al die jaren lang had ik me echt niet druk gemaakt om hun verleden, maar dan gebeurt er één klein ding wat alles oprakelt. Nou ja, klein? Het was één van de grote dingen waar ik houvast aan had. Het terrein stond in directe verbinding met mijn hoop en dromen voor de toekomst. Dat uitgerekend Eduardo dat nu overhoop had gegooid, verklaarde toch best waarom ik meteen niet meer zeker was over de andere grote houvast in mijn leven, mijn vrouw?

Vanaf de eerste openingsdag, waarop trouwens al drie stelletjes zich officieel hadden laten verbinden, ging ik regelmatig langs om te kijken hoe het ervoor stond. De rijen voor de intercom werden steeds langer. Ik besloot dat ik moest uitvinden hoe het precies in zijn werk ging. Om Eduardo beter te begrijpen, om op zijn manier van denken te komen.
Ik probeerde telefonisch een afspraak met Marry & Go te maken, maar dat ging tegen de principes van de Drive-Trough in. Ze konden wel een bestelling klaarzetten, zeiden ze schappelijk, alsof ze me een enorme dienst bewezen, maar daar had ik niets aan. Ik was immers al getrouwd.
Ik had al eens geprobeerd om er in mijn eentje doorheen te rijden, maar toen werd ik weggestuurd. Het was een heel gedoe om er weer uit te komen, want ze konden me écht niet door laten rijden in mijn eentje, en achter me was er alweer een rij nieuwe gelukkige stelletjes in auto’s aangesloten. De hele rij moest achteruit rijden en ze maakten allemaal nét niet genoeg ruimte. Terwijl ik me een uitweg probeerde te banen werd ik van alle kanten uitgejuwd en uitgelachen. “Wil je soms met jezelf trouwen?!” “Fijne huwelijksnacht MET JE HAND!” “Forever alone!”, enzovoorts.

Hoe ging ik er ooit achter komen, achter het geheim van de Marry & Go? Ik vroeg aan mijn vrouw of ze wilde scheiden en opnieuw trouwen, maar ze weigerde. Kon ze me niet eens helpen met dit kleine dingetje? Ze dacht natuurlijk dat het weer met mijn onzekerheid te maken had.
“Ik was echt tevreden met onze gewone bruiloft hoor! Maak je nu geen zorgen, het was een van de mooiste dagen van mijn leven!”
Alsof het me daarom ging. Dit was veel groter dan ons.

Het enige wat op dat moment mogelijk was om informatie te winnen, was om een pasgetrouwd stel aan te spreken wat net de drive-trough uit kwam gereden.
“Mag ik eerst het gelukkig getrouwde stel feliciteren?” zei ik plechtig. De helft van de zin hoorden ze niet, maar ze draaiden het raampje naar beneden. Lichtelijk geïrriteerd, maar toch geinteresseerd in wat ik te zeggen had. Wie weet had ik wel een cadeau.
“Ja, dank je wel, hoor”, zei de vrouw verveeld.  De man naast haar was duidelijk verbluft dat hij zoveel geluk had gehad, maar ook angstig dat het geluk zo weer van hem afgepakt kon worden omdat hij dacht dat hij het niet waard was.
“Hoe heeft u uw bruiloft ervaren, als ik zo brutaal mag zijn?” vroeg ik. “Was het zoals je je altijd al had voorgesteld? Als klein meisje, wanneer je droomde over je droomprins?”
De bruid zag er vermoeid uit. “Je ziet toch hoe gelukkig ik ben? Ik bedoel, natuurlijk was dit waar ik altijd van had gedroomd. Even een bruiloft langs de weg, alsof ik een hamburger bestel. Romantischer kan het niet, toch? Waar gaat het toch heen met mijn leven…”
De bruidegom leek wel doof te zijn voor wat ze allemaal zei. Hij had geen idee dat het de bruid allemaal niets kon schelen, en dat er net zo goed een ander op zijn plek had kunnen zitten. Zo verblind was hij.
“Dus, hoe gaat de drive-in wedding chappel er aan toe?”
“Moet ik nou echt de verrassing voor je vergallen?” riep het vrouwtje uit. “Het gaat om de spontaniteit. Dat maakte de hele bruiloft zoals hij was… onvergetelijk.” Het sarcasme droop ervanaf, en ze leek veel moeite te hebben het uit haar strot te krijgen, alsof ze er op geoefend was. Niet erg spontaan.
“Zijn er nog verbeterpunten?” vroeg ik belangstellend. “We proberen de ervaring voor iedereen zo goed mogelijk te laten verlopen, dus als jullie nog wat opbouwende kritiek hebben?”
“Ja”, trok de heer voor het eerst zijn mond open. “We vonden het een beetje ouderwets, met de papieren enzo – toch schat?” Hij keek haar aan voor bevestiging, maar ze trok alleen haar wenkbrauwen op. “Een goed systeem zou misschien zijn dat we geen officiele handtekening hoeven te zetten, want dat is toch een beetje een gedoe. Al die papieren aangeven door een autoraampje. Ik stel voor, een vingerafdrukscan?”
Eigenlijk geen slecht idee.
“Uitstekend! Dank u wel! Veel geluk samen! En geniet van de wittebroodsweken!” Dat laatste woord ging half verloren, omdat de vrouw zich over haar man had gebogen om het raampje weer dicht te doen.

Wekenlang heb ik nagedacht over wat mijn volgende stap zou zijn. Met de staart tussen mijn benen besloot ik Eduardo te benaderen. Ik zei dat ik een grote bewondering voor zijn onderneming had, en dat ik er graag van wilde deelnemen. Het ging tegen mijn principes in, want ik had altijd willen bewijzen dat ik er ook zonder creativiteit wel zou komen. Hij was zich nog precies zo bewust van onze verstandverhouding op de middelbare school, want zijn zelfvoldaanheid sprak boekdelen.
“Ach, hou je toch niet met de grote mensendingen bezig. Je doet het toch prima bij de… wat was het ook al weer, financiën?”
Het was al duidelijk dat hij me niet ging binnenlaten, want hij ging me nooit laten meeliften op zijn succes. Anderen wel, die precies hetzelfde deden als ik, maar mij in ieder geval niet, aan wie hij nog iets moest bewijzen. Dat hij veel en veel hoger stond dan ik.
“En wat nou als ik zeg dat ik een idee heb, een écht idee, wat je zaak compleet zou maken?” Het was niet zo, maar stel dat ik nou ergens op kwam in de komende periode, dan zou ik wel willen weten hoe we ervoor stonden.
Hij gooide zijn hoofd in zijn nek tijdens de lach waarin hij uitbarstte. “Dan zou ik zeggen dat je uit je nek lult, gozer. Heb ik nou nog niet vaak genoeg bewezen dat ík degene ben met de goede ideeën, en dat de wereld niets aan jou heeft? Ja, je bent handig om andermans ideeën uit te voeren. Als je echt in nood bent is er vast nog wel een baantje voor je bij de receptie. Kun je lekker de hele dag door de intercom je zogenaamde ideeën kwijt, maar ík hoef ze in ieder geval niet te horen. Alsjeblieft zeg.”
Nu wist ik in ieder geval hoe ik ervoor stond. Ik vermoedde het al. Wij tweeën zouden nóóit een verband vormen.
“Doe de groetjes aan je vrouw, wil je?”

Nachten heb ik hiervan wakker gelegen, de ontmoeting. Ik had gehoopt dat ik na al die jaren was opgewassen tegen zijn aanvallende manier van spreken, maar ik was gewoon weer dezelfde sukkel als toen ik de titel van klassenburgemeester aan mijn neus voorbij had laten gaan. Het gebrek aan goede nachtrusten had me wel geholpen om op een andere manier na te denken. Het gesprek met dat ongelukkige koppel had me aan het denken gezet.
Wat als het meerendeel van de mensen die door de Drive-Trough reden zo ongelukkig was als dat ene stel? Wat als die vrouw meteen weer wilde scheiden, wat me best waarschijnlijk leek? De scheiding koste ongetwijfeld een stuk meer moeite dan de hele Drive-Trough bruiloft bij elkaar. Eindelijk had ik het, het idee, en ik had medelijden met Eduardo. Dit was een idee, een écht idee, wat zijn zaak compleet zou maken, en hij had me afgewimpeld. Maar ik had hem niet nodig. Ik zou voor eens en voor altijd aan de wereld, en vooral aan Eduardo, laten zien dat ik het alleen kon.

“Een Drive-Trough schéidingskantoor?!”
Ze keek me vol afgrijzen aan. Ik had wel een leukere reactie verwacht.
“Oh, van mij vind je het weer níet leuk? Maar alles wat Eduardo doet -”
“NEE”, schreeuwde ze er doorheen. “Daar ga je het nu niet op gooien, op die eeuwige onzekerheid! Wat Eduardo doet, is de mensen bij elkáár brengen, op een liefdevolle, spontane manier. Wat jij doet, is alleen maar gejat van zijn idee, maar dan de verschrikkelijke kant! Wil je echt je geld verdienen aan het uit elkaar halen van mensen? Goed! Dan zijn wij samen je eerste klant!”
Ach, dat meende ze toch niet. Ze zou wel anders piepen, als het geld eenmaal binnenstroomde.
Scheidingen waren voor niemand leuk. Het was altijd een lang, pijnlijk proces, dus het was een gat in de markt. Dat zou ze zich zelf ook wel beseffen.

Divorce & Go was in de bouw, en ik had niet veel te doen, dus ging ik nog af en toe naar de Marry & Go, voor onderzoek. Ik feliciteerde mensen, vroeg naar verbeterpunten, om ideeën op te doen. Die dag zat ik in mijn auto, voor het hek, mijn lunch op te eten. Plotseling zag ik een tafereel waardoor ik me verslikte in mijn huttenkäse.
Het was mijn vrouw. Ze stond met Eduardo te praten. Wat deed ze hier? Waar hadden ze het over? Het beviel me helemaal niets. Ik wilde eigenlijk de auto uitstappen, naar hem toe lopen en hem een coma inslaan, maar ik deed het niet. Niet omdat ik het niet zou kunnen. Er was één ding waar hij me niet in kon verslaan, en dat was een potje vechten. Op de middelbare school hebben we één keer geprobeerd onze onenigheid met geweld op te lossen, en dat is hem niet goed vergaan. Natuurlijk zat ík daarom uiteindelijk in de problemen, niet hij. Ik deed het niet, omdat ik zijn gezicht wilde zien als hij besefte dat de Divorce & Go veel beter liep dan de Marry & Go. Het kon niet anders dat dit zou gebeuren, want voor ongelukkige mensen is nu eenmaal een betere markt. Daar kon niemand iets tegenin brengen.
Zo had ik mijn vrouw in geen tijden gezien. Ze was zo open, en die lach… ik was bijna vergeten dat ze zo kon lachen. Dat kwam omdat ze dat niet meer deed op die manier, in ieder geval niet tegen mij. Ik was niet iemand tegen wie je zo lachte. De lachen die ik kreeg, waren gereserveerd. Het kwam heus wel eens voor dat we in een deuk lagen, maar dat kwam dan omdat we dat gewoon heel graag wilden. Je moest toch lol kunnen hebben, als je een succesvolle relatie wilde? Dus hadden we lol. Maar niet zoals de lol die zij samen hadden.

Zoals ik al aan zag komen, zou het na het gesprek met Eduardo niet lang meer duren voor ze een scheiding wilde. Ze zei dat het niet zijn schuld was. Dat ze me allang had gewaarschuwd dat als ik zou doorgaan met de Divorce & Go, we mijn eerste klant zouden zijn. De Divorce & Go was alleen nog niet open. En ik weigerde de papieren te tekenen voor een normale scheiding, want ik dacht dat ze zich nog wel zou bedenken als ze zag hoe goed het liep.
Ook Eduardo benaderde me, omdat hij mijn patent op de Divorce & Go wilde overkopen. Ha, nu piepte hij wel anders, hè? Ik had altijd geweten dat deze dag zou komen. Het had er misschien soms wat uitzichtloos uit gezien. Maar nu was dan eindelijk gekozen dat Eduardo iets van mij wilde! En dat ik hem keihard in zijn gezicht uit kon lachen, en een grote, dikke “NEE!” in zijn gezicht kon spuwen. Hij keek me vuil aan, en zei dat dit nog niet afgelopen was.

Om 00:00 zou de grande opening zijn van de Divorce & Go. Die avond besloot mijn toen nog vrouw dat ze voor deze éne keer niet zou zeuren om de scheiding, of over hoe erg ze het oneens was met de Divorce & Go, en ze wilde wel een glaasje champagne met me drinken, om het te vieren. Toen we gingen proosten en we elkaar in de ogen aankeken, leek het heel even alsof alles goed zou komen. Er was een twinkeling in haar ogen, een twinkeling die ik al lang niet meer gezien had, en ik hoopte dat ze zich op dat moment besefte dat we het toch goed konden hebben samen.

Vanaf dat moment is alles een beetje een waas. Ik merkte dat ik op de achterbank van de auto werd gelegd, maar er was niet veel wat ik kon doen. In vlagen hoorde ik de stemmen van mijn vrouw en Eduardo. Als ik omhoog probeerde te komen, viel ik meteen weer in slaap. Niet veel later reden we een terrein op waar muziek speelde en felle lichten dansten. De opening, kon ik met mijn slaperige hoofd nog net concluderen.
Mooi, we waren net op tijd. Er werd afgeteld. Bij één begon de auto te rijden.
“Goedenavond, Divorce & Go. Hoe kunnen we uw bezittingen verdelen?” zei een stem uit de intercom.
“50/50”, begon mijn vrouw resoluut, “behalve het atelier en het bedrijf, die zijn voor mij. En ik wil ook nog 100 euro extra, voor de verspilde verf”, er klonk geen spoortje van berouw door in haar stem.
Ik wilde me er mee bemoeien, maar ik kreeg niks uit mijn strot, de woorden waren weg.
“Uitstekend, dan kunt u doorrijden naar het volgende raampje, voor de vingerafdrukken”, was het laatste wat ik hoorde voor ik weer bewusteloos viel.

Het was gebeurd. Ik was mijn vrouw, de helft van mijn bezit, en mijn bedrijf kwijt. Héél even was ik de trotse bezitter geweest van een goed bedrijf met een uitstekende service. Dat moest ik ze wel nageven. Er was wel één verbeterpuntje, namelijk, dat beide partners bij bewustzijn moesten zijn. Maar daar had Eduardo natuurlijk allang zelf aan gedacht, en dat was dan ook de eerste verandering die hij invoerde toen hij het bedrijf van mijn vrouw overkocht. Hij was me altijd voor. Zelfs als ik dacht hem eindelijk te slim af te zijn.

Ik geef het op.