Beperkt bestaan voor slordige personen

Eens in de zoveel tijd gebeurt het weer eens dat ik mijn portemonnee of mijn identiteitsbewijs kwijtraak. Het lijkt wel alsof alles waar ik goed op moet passen op een gegeven moment gewoon een eigen leven gaat leiden en zelf besluit om te verdwijnen zodat ik weer een heleboel geld moet betalen. Sleutels, telefoons en portemonnee’s houden het bij mij nooit lang uit.

De eerste keer dat dit mij gebeurde had ik geluk: er waren geen andere pasjes bij betrokken en ik was alleen mijn ID kwijt. Even later vond ik hem zelfs weer terug, ergens in huis, maar toen had ik natuurlijk allang een nieuwe. Dus stopte ik mijn oude en mijn nieuwe identiteitsbewijs in een portemonnee. Daar zaten ze een tijdje met zijn tweeen tot ik mijn portemonnee weer kwijtraakte.
De volgende dag werd ik gebeld door de politie: ze hadden hem gevonden. Maar waarom had ik er twee? Ik kon hem die dag op komen halen helemaal in Rotterdam Zuid.
Ik was ontzettend brak en ik had niet geslapen dus ik voelde me nog helemaal wazig en alsof ik van alles fout aan het doen was. Waar je je op zo’n moment gewoon niet wilt bevinden is in een politiebureau.

Mijn oude identiteitsbewijs werd ingenomen. We waren weer met zijn tweeen. Mijn identiteitsbewijs en ik tegen de wereld. We waren dolgelukkig samen. Alhoewel ik er op die foto uit zag alsof ik uit een TBS-kliniek was ontsnapt.
Helaas, de chaotische kwijtraakziekte bleef niet ongenadig en even later raakte ik weer mijn portemonnee kwijt. Toevallig had ik net die dag mijn bankpas en ov-chipkaart los in mijn tas gestopt, maar de rest was ik kwijt. Onder andere het pasje wat ik het minst graag wil kwijtraken: mijn ID. Alweer.
De laatste keer dat ik hem zag was in mijn portemonnee, ik zat op een bankje en haalde er een vloetje uit. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik zo dom was om hem daar te laten liggen, maar ik zou het anders ook niet weten. Hij was gewoon verdwenen.

Toen ik weer (eindelijk, na maanden) een nieuwe ID ben aan gaan vragen, werd er aardig pissig gereageerd. “Dit is al je derde vermissing, he”, zei een chagrijnige baliemedewerkster.
“Ja, weet ik”, antwoordde ik. Vertel mij wat.
Na iedere vraag en kort antwoord viel er een stilte. Er was toetsenbordgetik te horen. De mevrouw liet duidelijk merken dat ze mijn slordige gedrag niet kon waarderen.
Nu bleek het ook nog eens zo te zijn dat als ik hem nog een keer kwijt raak, het zomaar zou kunnen gebeuren dat me een paspoort geweigerd kan worden. Wat dus betekent dat ik de EU niet meer kan verlaten.

Iedere keer dat ik een nieuwe ID heb aangevraagd, heb ik keurig een boete betaald. Dus waar is dit nou weer voor nodig? Verdienen slordige, chaotische mensen het niet om de wereld te verkennen? Blijkbaar kunnen ze het zomaar maken om je af te sluiten voor een heel groot deel van de wereld, alleen maar omdat zij verzonnen hebben dat je geen dingen kwijt mag maken.
Ik vind het ook niet leuk om dingen kwijt te raken, elke keer weer hetzelfde verhaal. Alles lijkt zomaar te verdwijnen terwijl ik het dan drie seconden eerder nog in mijn handen gehad heb. Maar heb ik als chaotisch persoon niet al genoeg te lijden?
Een tijd lang geen toegang tot clubs, het niet meekrijgen van drank en sigaretten. Dan ben je twintig, maar dan heb je er niets aan. Vooral niet met die nieuwe drank en tabaks wet – al werd ik daarvoor vaak ook al voor vijftien aangezien in de supermarkt.
Steeds maar weer nieuwe sleutels, telefoons, pasjes enzovoorts moeten halen, iedere keer paniek voelen wanneer ik erachter kom dat het weer zover is en dan straks ook nog eens een beperkt bestaan. Tenminste, ik ga er vanuit dat ik hem ooit nog wel een keer kwijt raak. Niet dat ik zo’n gigantische reizigster ben, maar toch, misschien ooit.

Gelukkig heb ik volgende week weer een ID en voor een pasfoto is de foto best oke. Ik kan weer overal naar binnen, ik hoef niet meer persee plekken te mijden waarvan ik weet dat er om legitimatie wordt gevraagd, ik hoef niet meer moeilijk te doen om sigaretten of alcohol te krijgen, daar gaat het om. Om de rest maak ik me later wel een keer druk. Als ik hem weer kwijt ben.

Het moderne huishouden

Een opdracht die ik voor Maatschappijleer heb gemaakt. 

Zou je een eeuw geleden een willekeurig famillieportret voor je neus krijgen, dan zou je waarschijnlijk precies weten hoe de vork in de steel zat.
De vader, die voor brood op de plank zorgde, de moeder die datzelfde brood keurig iedere morgen op de ontbijttafel neerzette, om maar één van haar vele huishoudelijke taken te noemen. Tussen hen in zitten hun kinderen, compleet van eigen vlees en bloed.
Tegenwoordig is dat heel anders. Bij het zien van een famillieportret weet je niet meer zeker welke van de twee volwassenen nu het geld verdient en wie voor het huishouden zorgt, of dat ze misschien allebei werken en hun werkster of misschien hun kinderen het huishouden laten doen.
Het is ook niet meer vanzelfsprekend dat die kinderen van beide ouders zijn en of ze wel volledig verwant zijn aan hun broers of zussen. Of ze uberhaupt verwant zijn aan elkaar.

Het kan bijvoorbeeld heel goed dat, terwijl de vrouw hard aan het werk is, haar zoon uit haar vorige huwelijk naar zijn biologische vader gebracht moet worden, hij is namelijk ieder weekend daar, dat is de regeling die ze getroffen hebben na hun scheiding. Dat mag haar nieuwe man dan fijntjes gaan doen, hoe vervelend en ongemakkelijk hij dat klusje ook vindt.
Eenmaal bij het huis van zijn vader aangekomen zegt hij zijn stiefvader en halfzusje, die naast hem in een kinderstoeltje in de auto zit gedag, een beetje verdrietig. Eigenlijk heeft hij geen zin om naar zijn vader te gaan, want hij vindt zijn nieuwe vriendin en stiefbroers niet aardig en hij wil liever zijn weekend doorbrengen met zijn halfzusjes. Hij is ook een beetje jaloers, want zij zijn nu al die tijd samen en hij valt er een beetje buiten.
De klasgenoot die ik interviewde woont ook met zijn twee broertjes en zijn moeder in een huis, zijn ouders zijn gescheiden en hij heeft ook te maken met halfzussen en stiefbroers. Zijn stiefbroertje ziet hij het liefst zo min mogelijk omdat hij hem niet uit kan staan.
Allemaal situaties waar ouders en kinderen van tegenwoordig mee te maken kunnen krijgen. Waar het vroeger nog allemaal simpel en duidelijk was in een gezin, is het nu heel anders. Ouders scheiden sneller van elkaar en kinderen krijgen ineens te maken met ‘nieuwe ouders’ en ‘nieuwe broers of zussen’, of ze dat nu willen of niet. Voor de kinderen en de ouders is het beide moeilijk. Maar waarom scheiden mensen dan van elkaar, terwijl ze jaren daarvoor een belofte aan elkaar hebben gedaan?

Vroeger kwamen scheidingen nauwelijks voor. Er lag een taboe op. Tegenwoordig is het zeldzaam om op je zeventigste nog bij elkaar te zijn als je op je dertigste een keer trouwt. Maar wat is er in die tijd dan zo veranderd? Denken mensen niet meer na voordat ze trouwen? Geven ze het eerder op?
Natuurlijk kun je, voor je een huwelijk instapt, nooit precies weten welke kant het opgaat, maar toch is het opvallend dat een scheiding veel vaker voorkomt dan vroeger.
Het feit dat veel vrouwen tegenwoordig een carriére hebben, in tegenstelling tot vroeger, zou hier goed in kunnen meespelen. Waar ze vroeger nog afhankelijk waren van hun man, staan ze nu op hun eigen benen en kunnen ze het zich veroorloven bij hun man weg te gaan. Een man kan zijn vrouw makkelijker aan de kant zetten omdat ze toch wel voor zichzelf kunnen zorgen. Het hoeft niet persee de reden te zijn, maar het kan. Misschien dat de overgeromantiseerde films die in de omloop zijn er mee te maken hebben. Blijkt je huwelijk na een aantal jaar aardig te zijn uitgeblust en helemáál niet zoals in de film, verbreek je hem weer, net zo makkelijk.
Natuurlijk is het ieders eigen keus om te trouwen en te scheiden wanneer ze dat willen, als er maar een beetje rekening wordt gehouden met eventuele kinderen. Voor sommige jongeren is de scheiding van hun ouders heel zwaar. Natuurlijk is tussen constant ruzie makende ouders zitten ook geen pretje. Als er maar wat meer moeite voor een huwelijk wordt gedaan dan bij de eerste de beste tegenslag het meteen op een echtscheiding aan te laten komen.
Trouwen hoort een weloverwogen keuze te zijn, iets waar je voor vecht, samen met degene aan wie je belooft hebt voor de rest van je leven samen te zijn. Ik ben benieuwd hoeveel trouwende stellen tegenwoordig nog daadwerkelijk geloven dat ze de rest van hun leven samen blijven wanneer ze elkaar die belofte doen. Een stuk minder dan vroeger in ieder geval.

Of scheiden iets goeds of iets slechts is, dat weet ik niet. Dat is een keuze die iedereen zelf moet maken, als ze er maar goed over na hebben gedacht. Zelf heb ik nooit veel moeite gehad met het uit elkaar gaan van mijn ouders, maar ik was oud genoeg om te beseffen dat ze beiden gelukkiger konden zijn dan dat ze waren net voordat ze na twintig jaar uit elkaar gingen. Natuurlijk had ik mijn vader nog graag bij me in huis gehad, maar de vriend die mijn moeder daarna kreeg heeft me een prachtig halfzusje opgeleverd die ik voor geen goud zou willen missen. Toch bleek het na een paar jaar niet te werken tussen hen en inmiddels woont mijn moeder bij haar nieuwe vriend met mijn halfzusje en mijn twee stiefzusjes, met wie ik ook heel blij ben.
Mijn famillieportret zou er een eeuw geleden voor anderen heel raar uitzien, met (ex)stiefvaders, stiefmoeders en stiefzusjes meegerekend, maar is tegenwoordig heel normaal. Een modern huishouden.

Het aftervakantiesyndroom

Paniek. Chaos. Intens verdriet. Enkele gevoelens die in mij opkomen wanneer ik na twee welverdiende weken vakantie weer naar school moet.
Het is nou niet bepaald dat ik uitgerust weer op school kom. Het is natuurlijk allemaal heel jofel om feestdag na feestdag in een vakantie te proppen (heb je in ieder geval wat te doen), maar dagenlang drinken gaat je niet in de koude kleren zitten. Natuurlijk kies ik daar zelf voor. Alhoewel, met kerst en oud en nieuw ben je wel een soort van verplicht, het lekkere eten wordt je voorgeschoteld en het lekkere drinken naar binnengegoten. De katers blijven zich maar opstapelen tot je aan het eind van de vakantie nog verrotter bent dan daarvoor.
En dan moet je weer naar school. Alle vakantie en feestdagenvreugde is als sneeuw voor de zon verdwenen op het moment dat je beseft dat het leven vol verplichtingen weer begint. Met moeite vorm je je om twee uur  ’s middags opstaan systeem weer om tot een vroeg naar bed, vroeg opstaan ritme. Iets waar ik, waarschijnlijk voor de rest van mijn leven, moeite mee blijf hebben. Ik begin er vol goede moed aan, gemotiveerd en al, maar dan zwakt het langzaamaan weer af.
’s Avonds denk ik geen enkele moeite te hebben met het opstaan van de komende ochtend. ’s Ochtends vervloek ik mezelf iedere keer weer, want oh, wat is mijn bed toch fijn. Waarom ik me ’s avonds nooit besef hoe fijn mijn bed is, dat weet ik niet.
Op school aangekomen is het alsof de vakantie, met al zijn feestelijke feestelijkheden, nooit heeft plaatsgevonden. Iedereen is hetzelfde, iedereen doet hetzelfde en aan niemand is te merken dat ze niet lang geleden gezellige feestdagen hebben doorgebracht en dronken, intens gelukkig en vol goede moed het nieuwe jaar hebben ingeluid. Sterker nog, iedereen is down. Want de vakantie is voorbij. Het enige sombere vooruitzicht: school, school en nog meer school. Ergens in de verste verte schijnt een lichtpunt: de volgende vakantie.

Kerstverhaal: “Pas op met wat je wenst.”

In de lucht was een atmosfeer van blije kinderen voelbaar. Honderden pakjes had de kerstman al bezorgd. Hij liep zelfs een poosje voor op schema en zo kon hij dus even genieten van een welverdiende pauze, waarin hij tijd had om zich onder het genot van een kop dampende koffie te verbazen over de merkwaardige wensen die kinderen van tegenwoordig hadden.
Wat moest een jongentje van zes met een iPhone? Spelletjes op spelen? Ach ja, als zijn ouders het goedvonden moest hij de wens maar vervullen. Hij wist zich nog te herinneren dat kinderen vijftien jaar geleden door het dolle heen waren toen ze hun splinternieuwe brickgame uitpakten en dat was voor sommige ouders van toen zelfs nog hard te accepteren. Heel de dag met je ogen op zo’n beeldschermpje gericht… Maar ja, je weigert niet graag je kind’s wens, zeker niet als de rest van zijn klas al een brickgame heeft.
Er waren dit jaar ook véél minder kinderen die om een slee hadden gevraagd, wat hem ernstig betreurde. Wat was er heerlijker dan tussen de prachtige sneeuwvlokken van een berg afglijden? Aan de andere kant begreep hij het wel, je wist nooit wanneer de sneeuw eens kwam en het zou jammer zijn om een kerstcadeau een maand later pas te kunnen gebruiken.
Toen hij op zijn horloge zag dat het tijd was om wat gewelddadige X-box spellen te bezorgen bij een jongetje van tien, stapte hij maar gauw de Starbucks uit en vervloekte hij zichzelf dat hij niet naar een andere tent was gegaan. Het was wel lekker, maar veel te duur. Als ze daar toch eens wisten dat het de kerstman was met wie ze te maken hadden… Maarja, iedereen in zo’n pak kon ze dat wel wijsmaken, al die nepperds die rondliepen. Overigens stond er wel ‘Santa’ op zijn beker.
Hij stapte zijn slee in en beveelde zijn geliefde rendieren te vliegen. Een beetje uitglijdend over de gladde vloer van het centraal station startten ze hun aanloop, tot er plotseling onverwachts een tram aankwam waardoor zijn favoriete rendier Rudolph geraakt werd. Er was gekraak van botten hoorbaar en het arme diertje kreunde van de pijn. Hij had zijn pootje gebroken.
“Verdomme!” vloekte hij. Passerende mensen keken verward naar het tafereel, sommige stapten uit hun auto’s. De chauffeurs van de RET bussen vonden het ook wel een reden om mensen geirriteerd bij hun halte te laten wachten. Je zag niet iedere dag een scheldende kerstman en een rendier, creperend van de pijn, liggend voor een tram.
Waar moest hij nou weer een nieuw magisch vliegend rendier vandaan halen? Zonder Rudolph waren de anderen maar ongemotiveerd, bovendien was er geen enkel zo lief als hij. Dat rare mannetje dat hem die rendieren had aangesmeerd was gestopt met zijn rendierenhandel en verkocht nu alleen nog maar chocolade eieren leggende hazen.
Waarom werkte zijn kerstmannenkracht nou alleen op wensen van kinderen? Het was niet eerlijk, hij deed al dat werk voor iedereen en kreeg zelf nooit iets. Als hij zijn eigen wensen kon vervullen wenste hij gewoon dat Rudolph’s pootje weer heel was.
Die avond zag hij een vallende ster, maar in plaats van aan het diertjes pootje te denken wenste hij perongeluk een nieuwe TV. Als goedmakertje maakte hij een houten been voor Rudolph.

Einde.

Facebook irritaties

Ik besteed behoorlijk veel tijd aan facebook, waarschijnlijk nog meer dan ik zelf doorheb, maar waarom eigenlijk? Een groot gedeelte van de facebookposts die ik zie irriteren me alleen maar.
Natuurlijk, iedereen facebookt op zijn eigen manier en moet ook zeker doen en laten wat hij zelf wil, maar sommige dingen vallen mij nu eenmaal op. Hier dus een paar van mijn facebookirritaties (niets persoonlijks).

Undercover
Mensen die in hun status duidelijk over een persoon zitten te klagen die ze ongetwijfeld in hun lijst hebben staan, zonder de naam erbij te vernoemen.
Je wilt dat het gelezen wordt door de desbetreffende persoon, maar je wilt blijkbaar ook dat de rest van je lijst ervan kan meegenieten, anders had je het gewoon tegen de persoon zelf kunnen zeggen in een prive bericht. Ook een soort aandacht vragen dus.
Waarschijnlijk wordt hier dus gehoopt dat:
1. De desbetreffende persoon de status leest en er zelf over begint. Dit waarschijnlijk omdat je er zelf niet over durft te beginnen want je wilt liever niet moeilijk gevonden worden.
2. Overige vrienden die er niks mee te maken hebben gaan vragen wat er aan de hand is. “Wat is er dan?” Zo ziet de rest van je facebooklijst dat er mensen zijn die om je geven.
3. Er een drama ontstaat. Misschien dat degene over wie het gaat zelfs reageert onder de status, waarop er een mooie ruzie ontstaat waarvan iedereen kan meegenieten. Natuurlijk komen er meer mensen voor je op omdat het jouw vrienden zijn die het zien. Ook een handige manier om je goed te laten voelen over jezelf.
Meestal reageert de desbetreffende persoon helaas niet, en dan blijft er alleen nog maar een zielig gefrustreerd mensje over, met misschien wat mensen die vragen wat er aan de hand is. Meestal wordt er dan geantwoord: ‘ik pm het je wel’. Dus als je het kwijt wilde, waarom pm’de je dan niet in de eerste plaats? Heb je eerst de bevestiging nodig van je vrienden dat ze het wel willen horen?
Deze posts zijn soms nog wel interessant, want zeg nou zelf, wie houdt er nou niet van drama?

Tijdsbepalingen
Posts waarin vermeld wordt welke tijd of dag het is en hoeveel dagen het nog duurt voordat het weekend is.
Een paar voorbeelden:
Het is 1 uur! Nog twee uur en dan ben ik uit! Iedereen weet dat het 1 uur is. Mensen kijken geregeld vaak op de klok. Er zit er een rechts onderin je beeldscherm. Er zit er een op je telefoon. Voor de rest vindt niemand het interessant om te weten wanneer je uit bent. Of je moet hopen dat er iemand is die zegt: “Ik ben ook over twee uur uit! Laten we iets leuks gaan doen!” maar dat gebeurt over het algemeen meestal niet.
Yes, het is weekend! Is het weekend? Oh, dat had ik echt niet door. Supertof dat je zo blij bent dat het weekend is, maar dat geldt voor iedereen. Het is niets nieuws dat het op vrijdag weekend is. Fijn weekend.

Aanstelleritus
Als je een keer aan je vrienden mededeelt dat je ziek bent is dat nog niet zo erg, maar er bestaan van die typetjes die altijd wel ziek, zwak of misselijk zijn en dat moet dan ook heel de wereld weten, iedere keer weer.
Natuurlijk zijn er mensen die vaker ziek zijn dan anderen, maar bij sommige mensen vraag ik me echt af of ze de hele boel niet verzinnen om aandacht te krijgen.
Niet alleen ziekteposts, maar ook posts over hoe kut je je wel niet voelt en dat je leven zo verschrikkelijk zwaar is.
Waar ben je naar op zoek? Medelijden? Vind je het echt fijn om zielig gevonden te worden? Zijn beterschapsposts je medicijn? Niemand schiet er iets mee op en het is saai. Sorry als dit jouw manier is om aandacht te zoeken, het is niets persoonlijks, nogmaals.

Deel deze foto als…
Deel deze foto als je van je moeder houdt. Deel deze foto als je tegen dierenmishandeling bent. Deel deze foto als je denkt aan dierbare gestorvenen.
Als ik deze foto niet deel, betekent het dan dat ik niet van mijn moeder hou? Dat ik niet tegen dierenmishandeling ben? Dat ik niet denk aan dierbare gestorvenen?
Ik hou wel van mijn moeder, ik ben tegen dierenmishandeling en ik denk wel aan dierbare gestorvenen, maar ik hoef zo’n plaatje wat meestal ook nog eens vol spelfouten zit echt niet op mijn wall.  Natuurlijk is het fijn om jezelf en je moeder een goed gevoel te geven en een fijne reactie te krijgen dat zij ook van jou houdt en de wereld te laten zien dat jullie van elkaar houden, maar als het goed is is dit wel vanzelfsprekend (ja, er zijn uitzonderingen), maar je hoeft zoiets niet te bewijzen met zo’n stom plaatje. Vaak hebben dergelijke plaatjes ook nog eens gruwelijke spelfouten.

Spelletjes
Je hebt van die personen op facebook die niet begrijpen dat je niet alles hoeft te delen, voor facebookspelletjes bestaat de optie ook om het delen ervan uit te zetten. Niemand hoeft namelijk te weten dat je een ingepakt en een gestreept snoepje hebt gemixt op Candy Crush, niemand is erin geinteresseerd hoeveel punten je hebt gehaald bij welk level dan ook. Ooit wel eens iemand gezien die op zo’n post reageert: “Zo hé! Dat zijn een hoop punten, goed gedaan!”
Nee. Dit waarschijnlijk omdat iedereen het irritant vindt om talloze berichten achter elkaar te zien die allemaal op elkaar lijken. Ook gaat het bij Facebook spelletjes vaak niet eens om je eigen skills, maar is het maar net toeval welk snoepje op welke plaats wordt neergezet (in het geval van Candy Crush en Farm Heroes, in ieder geval. Verder speel ik niet veel facebookspelletjes, dus ik weet het niet, vergeef me).
Vaak zijn er ook vaak mensen die niet begrijpen wie ze wel en wie ze geen verzoeken moeten sturen.
Bij Candy Crush wil ik anderen nog wel eens helpen omdat ik zelf ook een verslaafde ben, maar vaak krijg ik verzoeken van spellen die ik niet eens speel. Nee, daar ga ik dus echt niet op klikken, sorry.
Als speler kun je, bij het versturen van verzoeken, kiezen tussen je gehele vriendenlijst en mensen die ook spelen. Laat de mensen die zich hier tot nu toe buiten hebben gehouden buiten, alstublieft. Je wilt het toch niet op je geweten hebben mensen verslaafd te maken aan een spel waarin je medefacebookers moet lastigvallen met irritante verzoeken?
Denk je eindelijk belangrijk te zijn wanneer er een nummertje verschijnt boven die merkwaardige wereldbol, is het maar een gameverzoek. Fuck my life.

Obvious
Hoera, het sneeuwt! tenminste, zo gaat het meestal op de eerste sneeuwdag van het seizoen. Daarna verandert het al gauw in: Nee het sneeuwt! of iets in die richting.
Wow, sneeuwt het? Het was me nog niet opgevallen dat heel de straat wit is.
Uiteraard begrijp ik dat sneeuw een wonderbaarlijke verschijning is, maar is het niet overduidelijk dat het sneeuwt? Iedereen weet het, iedereen ziet het, sommige gaan op hun muil en het gebeurt ieder jaar weer.
Bij desbetreffende sneeuwposts horen ook dit soort posts:
“Ja mensen we weten allemaal dat het sneeuwt.”
En deze natuurlijk:
“Ik zie zoveel posts van mensen die zeiken over mensen die over sneeuw posten.”
Die laatste zie je trouwens ook veel. Natuurlijk moet iedereen zijn mening geven over hetzelfde onderwerp, maar als iedereen hetzelfde post wordt het nogal eentonig om Facebook langs te scrollen.
Ja, ik weet het, ik zeik nu ook over mensen die zeiken over mensen die zeiken over sneeuw, maar goed, stil. Dit is een Facebook irritatie post, dit is niet Facebook.

Deel alles met je vrienden
Er zijn mensen die dit een beetje te letterlijk nemen wat mij betreft. Ben je aan het wachten op de bus op weg naar school? Goh, interessant. Gelukkig zijn er in mijn lijst weinig mensen van wie ik dit soort posts zie en misschien gaat dit meer op voor twitter, maar kom op. Wie denk je dat er geinteresseerd is in het feit dat jij op de bus wacht? Doe je dit niet elke weekdag?
Twintig minuten later een status of een tweet dat je bent aangekomen op je bestemming. “Ben nu op sgool”. Dank je wel voor deze informatie.
Zometeen lekker spaghetti eten.
Ga je zo spaghetti eten?
Eet smakelijk.
Like!
Is het niet genoeg om elkaar aan de eettafel eet smakelijk te wensen, of heb je daar meteen al je vrienden bij nodig?
Natuurlijk, er zijn mensen die nu eenmaal niks interessanters mee maken in hun leven dan de reis in de bus naar school en het eten van spaghetti en toch een nuttige bijdrage willen leveren in de tijdlijn van hun vrienden, maar verzin dan gewoon wat anders, of leuk het een beetje op, want dit is niet nuttig en voor niemand boeiend, behalve voor je moeder die niks meer te doen heeft sinds haar kinderen uit huis zijn en het enige wat ze nog kan doen is heel de dag je facebook stalken om te weten wat je doet omdat ze weet dat je het irritant vindt als ze heel de dag aan de telefoon hangt.

Deel ALLES met je vrienden
Los van personen die elk oninteressante stapje in hun leven aan de rest van de wereld willen melden, staan mensen die denken dat Facebook een soort dagboek is. Moet echt iedereen weten dat je vriend weer eens is vreemdgegaan? Hou je dit niet liever voor jezelf, zodat je je niet hoeft te verantwoorden als je straks toch weer naar hem teruggaat?
Dit is maar een voorbeeld, ik heb tot nu toe nog niemand dit zien posten, maar ik zie wel eens dingen waarbij ik plaatsvervangende schaamte voel wanneer ik het lees. Sommige dingen zijn gewoon privé en what has been seen cannot been unseen. Sommige mensen kunnen misbruik maken van je posts en dat is wel het laatste wat je wilt met zo’n gevoelige post. Natuurlijk is het de bedoeling dat je je vrienden op de hoogte houdt van je leven, maar niet iedereen op Facebook is werkelijk je vriend en sommige dingen zijn gewoon bedoeld voor een privégesprek.

Stelletjes
Je hebt van die stelletjes die maar al te graag aan de rest van heel Facebook duidelijk willen maken dat ze facebook official zijn. Keer op keer zie je weer dat ze op elkaars prikbord zetten hoeveel ze wel niet van elkaar houden (nog een ergernis: prikbord was veel cooler dan tijdlijn, dus zeg ik lekker nog prikbord). Willen jullie bewijzen aan de anderen hoe gelukkig jullie met elkaar zijn, of anderen jaloers maken misschien? Of denk je dat het mogelijk is om de rest erbuiten te laten en dit gewoon naar elkaar te Whatsappen?
Ja, het is heus niet erg als dit af en toe gebeurd, hartstikke leuk en schattig, maar sommige stelletjes gaan hier zo ver in dat ze zelfs bezorgd zijn als ze niet iedere drie minuten de bevestiging krijgen dat er van hen gehouden wordt. Vroeger was het een probleem als je niet in elkanders MSN-naam stond, nu gaat het allemaal via Facebook.

Bitstrips:
Er wordt duidelijk niet helemaal begrepen hoe je bitstrips moet maken. In plaats van gewoon al die dingen standaard over te nemen kun je ze ook wat laten zeggen met een tekstballon, je kunt gezichtsuitdrukkingen en houdingen veranderen, maar goed, originaliteit is natuurlijk ver te zoeken. Het is gelijk niet meer leuk. Dank jullie wel.

Overige irritaties:
Leuke avond gehad! Uhm ja… En? Wat heb je gedaan? Nog meer informatie? Wij willen spanning en sensatie. Wat voor rare avonturen heb je beleefd? Nog een paar keer op je bek gegaan? Dat is wat mensen willen horen, niet dat je een leuke avond hebt gehad. Of ben je het vergeten?
Zoekt een huis. Ik weet niet hoe het is want ik heb nog nooit een huis gezocht, maar het ziet er gewoon stom om je naam te veranderen in bijvoorbeeld Berta Zoekt Huis in Rotterdam. Misschien helpt het je op jacht naar je huis maar het is gewoon irritant en lelijk. En ik irriteer me eraan. Verder: one love.
Winacties. Nee, je gaat niet winnen, je bent een onfortuinlijk persoon.
Voetbaluitslagen. Degene die geinteresseerd zijn in voetbal weten het al, degene die niet geinteresseerd zijn in voetbal interesseert het niet. Of mensen willen een paar uur later de samenvatting nog kijken en je hebt zojuist een spoiler gemaakt.
Vind ik niet leuk! Mensen blijven maar denken dat het grappig is om te zeggen dat het stom is dat er geen Vind Ik Niet Leuk knop is.
Dubbel Taggen. Facebook schrijft al ‘– met’ voor je, dus je hoeft niet ‘met’ aan het eind van je status te schrijven.
Leuke avond gehad! Met — met naam, naam
Gruwelijke spelfouten. Doe je het expres, ben je breezer of ben je gewoon echt dom?
“Heeft een ingewikkelde relatie met…” Je hebt een relatie of niet. Of een ingewikkelde relatie, maar moet echt iedereen weten dat ie ingewikkeld is?
Foto’s van eten. Meestal ziet het er op de foto nog ranzig uit ook.
De vlag. Als er iets belangrijks is gebeurd, besluit heel Facebook massaal zijn profielfoto te veranderen in een kleurige vlaggenfoto om te laten zien hoe betrokken ze zijn. Ja, daar heeft men echt heel veel aan!

Ondanks al deze dingen ben ik toch heel blij dat Facebook bestaat, er zitten vele voordelen aan. Het is bijvoorbeeld goed tegen verveling en eigenlijk vooral tijddoding en ik denk dat vele anderen dit ook zo zien, dus is het ook zeer begrijpelijk dat veel van deze bovenstaande dingen worden gepost. Ik probeer er geen ruzie mee te zoeken.
Nee, mijn facebookupdates zijn ook niet altijd perfect en interessant voor iedereen en ik maak ook wel eens spellingsfouten. Ook verander ik mijn profielfoto veel te vaak, maar goed, ik moet er maar mee leven.
Nu ga ik verder levenloos irritante posts langs scrollen op Facebook. Doei!

Roltrappen

Waar ik me altijd over zal blijven verbazen, is de relatie tussen de mens en de roltrap. En dan bedoel ik niet dat ik niet van roltrappen hou, zeker niet, het is werkelijkwaar een prachtuitvinding. Als roltrappenland echt bestond zou ik er iedere dag naartoe gaan. Vroeger als kind maakte ik er mijn favoriete spelletje van om zittend op de leuning naar boven te gaan, om vervolgens kwaad aangestaard te worden door chagrijnige reizigers, of weggestuurd te worden door RET-mannetjes die zeiden: “Hallo, het is hier geen speeltuin.” Stiekem heb ik nu ook nog wel eens de neiging om op de leuning te gaan zitten, maar ik weet me inmiddels in te houden.

Wat ik echter minder fijn vind aan de roltrap, is wanneer het er maar één is. Het schijnt namelijk voor vele mensen onmogelijk te zijn om op een trap te lopen, zelfs wanneer ze naar beneden moeten. Je hebt er gewoon helemaal niets aan om naar beneden te gaan op een roltrap, je bent nog langzamer dan wanneer je gewoon de trap neemt.

Hoewel ik begrijp dat het kind in ieder mens blijft schuilen en het iedere keer weer een hele ervaring is om op een roltrap te staan, vind ik het gewoon irritant om te zien dat er mensen beneden staan te wachten omdat ze naar boven willen met de roltrap, alleen maar omdat er een paar te lui waren om de trap af te lopen. Het is lui en associaal en je schiet er zelf weinig mee op, behalve als je gaat rennen maar dat doet natuurlijk niemand, want de bedoeling van een roltrap is natuurlijk dat je je niet hoeft te verroeren.

Het overkwam me zelfs een keer dat ik van ver aan kwam, ik liep naar een ellenlange trap bij maashaven met maar één roltrap en ik moest naar boven, en toen begon een meisje dat boven aan die trap stond te rennen om me voor te zijn met de roltrap. Mensen zijn dus bereid om te rénnen voor een roltrap, zodat ze even kunnen staan. Er ontgaat mij enige logica. Onderweg naar beneden kijken ze je triomfantelijk aan, terwijl jij zwoegt om naar boven te komen.

Ik zal niet hypokriet zijn, ik ga ook wel eens de roltrap af, maar dat doe ik niet zonder schaamte en ik zorg er dan ook voor dat ik zeker weet dat er niet een hele stoet mensen naar boven hoeft te lopen. Het liefst helemaal niemand.

Niet dat het zo’n gigantische ramp is om de trap op te moeten lopen, we zijn het gewoon teveel gewend om lui te zijn, maar de trap oplopen is een stuk vermoeiender dan naar beneden. De roltrap is fantastisch, maar denk een beetje aan de medemens, alsjeblieft. Als je echt de roltrappenervaring optimaal wilt beleven heb je altijd nog Schiphol om te spelen, en als je te lui bent voor de roltrap heb je altijd nog de lift.

De dag van de Grote Date

Wekenlang had ik hier naartoe geleefd, en eindelijk was het dan zover: De Grote Dag van De Date!

Eerlijk gezegd had ik geen idee met wie ik had afgesproken, het enige wat ik wist was dat het een ‘intelligente en aardige kennis van mijn soort van vriendin’ was.

Oh, en dat hij Robert-Jan heette.

Ze kwam met het verhaal dat ze toch zó’n leuke date had gehad, en toen kwam er zo’n zeurverhaal waarom ik niet eens ging daten, en dat ze nog een intelligente en aardige kennis voor me wist, en dat een blind-date eigenlijk toch niets voor mij was, en dat ik het toch wel zou verpesten.

En dat was de reden dat ik het wél wilde doen. Ik wilde bewijzen dat ik niet altijd alles verpestte. Snol.

Dan lachte ze er zo’n beetje bij, sloeg een arm om me heen… “Onhandige meid van me! Blijf jij nog maar even alleen!”

Goed bedoeld, dat zal allemaal wel, ja.

Ik zou haar scheinheilige hoofdje wel eens willen zien als Robert-Jan haar vertelde dat hij helemaal ondersteboven van me was.

Daar zat ik dan, in een veel te overdreven prachtige jurk voor zo’n armzalig tentje.

Ja, waarom zou je ook je best doen, veel geld uitgeven voor een eerste date? Je weet niet met wie je hebt afgesproken, wie weet is het wel een ramp. Dan kun je maar beter iets goedkoops doen. Tenminste, zo dacht Robert-Jan blijkbaar.

Ik had me helemaal uitgesloofd, en ik dacht dat mijn soort van vriendin had gezegd dat ik DAT vooral niet moest doen, alleen maar omdat ze wilde dat ik het verpeste. En ik wilde niet naar haar luisteren, dus had ik me wél uitgesloofd.

En nu liep ik dus voor lul. Blijkbaar was ze toch aardiger dan ik dacht.

Ik was ontzettend benieuwd naar de mysterieuze Robert-Jan, maar ik besloot hem alvast een minpunt te geven omdat hij te laat was.

Niet dat ik vaak op tijd kom, of beter gezegd: Soms kom ik gewoon helemaal niet opdagen, maar daar gaat het niet om.

Ik was dit keer op tijd. Niet omdat de date veel voor me betekende, maar enkel alleen om het niet te verpesten. Of misschien moest ik hem juist wel pluspunten geven om zijn te laat komen, omdat ik dat ook altijd kom, en daarom passen we geweldig bij elkaar!

Ik zat dus al eventjes te wachten tot ik het belletje van de zaak hoorde rinkelen. Ik keek achterom, en daar was hij dan.

Het was alsof het in slowmotion gebeurde. Hij kwam naar me toe, en we keken elkaar aan. We keken elkaar aan. We keken elkaar aan.

Zijn sprankelende groene ogen was het enige waar ik oog voor had. Ze leken wel te zingen, zingen voor mij.

Het was alsof ik de hele wereld zag op dat moment. Erg cliché misschien, maar ik verdronk erin. Die dingen gebeuren ook op de wereld, helaas.

Terwijl hij (in slowmotion) op me af liep, bekeek ik de rest van het geheel.

Zijn bruine haren haren zaten nonchalant warrig, hij had een moedervlekje onder zijn oog. Er waren al wat sporen van kraaienpootjes te bekennen.

Zijn neus was van groot formaat, en je weet wat ze daarover zeggen. Maar ja, dat zeggen ze ook weer over handen en voeten, dus ja. Laat maar.

Zijn lijf was gewoonweg perfect, alleen één minpunt, en dat verklaarde de slowmotion, namelijk: hij miste een been.

Toen ik tot die gruwelijke ontdekking kwam, bleef ik maar staren. Er flitsten wel duizenden gedachtes door me heen.

Als we ooit samen een hondje zouden nemen, zou ik hem alleen uit moeten laten. Ik zag ons samen op bed, ik zou al het werk moeten doen.

Hij zag me staren, en hij staarde naar waar ik naar staarde, of nou ja, eigenlijk, waar ik níet naar staarde, want er was niks om naar te staren.

Eindelijk, daar was hij dan. Misschien was hij daarom zo laat, misschien was zijn rolstoel kapot. Misschien kon hij niet opstaan uit de taxi.

Misschien moest een omaatje hem helpen oversteken, en dat ging waarschijnlijk ook niet in een erg rap tempo.

Ik stond op om hem te begroeten, maar er kwam niets in me op. Even was er een stilte, en toen zei ik: “Waarom been je zo laat?”

“Waarom ik zo laat been? Uhm…”

“Ben, bedoel ik.”

“Nee, ik heet Robert-Jan.”

Op dit moment haatte ik mijn vriendin echt. Intelligent en grappig? Dat moest ik dan nog even ontdekken.

“Zouden hier invalideplekken zijn?” flapte ik eruit. Oh, ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Ik probeerde het te verzachten en zei:

“Nee hoor, laat maar zitten. Je hoeft niet te gaan kijken. Dat zou een beetje lang duren.”

En toen sloeg ik mezelf echt voor mijn kop.

Hij lachte. Een mooie lach, maar ja, ik dacht aan dat hondje dat ik alleen zou moeten uitlaten. Nee. Trouwens, ik hou niet eens van honden.

Maar samen een hondje nemen, dat doe je nou eenmaal. Misschien was het een beter idee om een schildpad te nemen.

“Ga zitten, Robert-Jan”, zei ik. Hij ging zitten. Als je hem zo zag, aan een tafeltje, en je zag niet wat zich onder de tafel afspeelde, of nou ja, beter gezegd: niet afspelen, want er miste iets, dan zou je in één slag verliefd kunnen zijn.

“Heb je erg lang moeten wachten?” vroeg hij. Ongeveer een uur, dacht ik bij mezelf, maar ik zei het niet.

“Nee hoor, ik was zelf ook te laat”, loog ik. Belachelijk eigenlijk, maar als ik heb moeten wachten op iemand, zeg ik dat ik er net ben. Anders staat het misschien een beetje genant. Alsof ik niets beters te doen heb dan wachten op een invalide vent. Wat in feite ook zo is.

Hij pakte mijn hand en drukte er een kusje op. Schattig. Ik keek in zijn stralende groene ogen, en ik besloot er maar het beste van te maken. Ik zette de beelden van rolstoel-basketbal maar uit mijn hoofd.

We begonnen een beetje een gesprekje. Hij had een leuke, grappige stem, viel me nu op. Maar toch verliet de gedachte aan dat been me maar niet.

Ik besloot het er maar op te wagen, want het zou niet eens zo erg zijn om nog iets te verpesten. Hij kon moeilijk boos weglopen, want dat zou een mislukte scéne zijn geweest. Iemand die boos wegloopt hoort hard weg te stampen, niet als een soort opaatje weg schuifelen.

“Waar is je been?” vroeg ik lomp.

“Ik ging op vakantie naar Amerika en hij vond het zo leuk dat hij niet meer weg wilde. Hij is daar blijven wonen”, was zijn antwoord.

“Ah zo.” Al was mijn vraag hier niet echt mee beantwoord. Of nou ja, letterlijk misschien wel, maar een achterlijke zou nog kunnen bedenken dat er misschien meer achter die vraag zit.

Ik wilde de sappige details horen, waar vast veel bloed aan te pas kwam. Verlamming, amputatie? Een kettingzaag?

Na er even overheen gepraat te hebben, ging hij er toch zelf over verder. “Kettingzaag.”

Aha, dus toch. Driemaal is scheepsrecht, zeggen ze wel eens. Meestal is het niet waar. Als ik als eerst aan een kettingzaag had gedacht, was het dus niet waar geweest.

“Ja, kettingzaag, wie wat waar?” vroeg ik. Ik moest het weten, anders zou ik niet kunnen slapen. Dan zou ik allemaal debiele theorieën hebben bedacht.

“Geflipte ex.”

“Ah zo.”

“Ik zat rustig op de bank naar sesamstraat te kijken, toen zij opeens voor mijn neus stond. Ze zwaaide gevaarlijk met haar kettingzaag, die ze nauwelijks kon dragen. ‘Is het waar?’ vroeg ze. ‘Ben je met haar naar bed geweest?’ Wat grote onzin was, alleen was ze een beetje paranoide, altijd al geweest ook. Dat was eerst de reden dat ik op haar viel, maar nu begon het toch wel griezelige vormen aan te nemen. Ze had het nog wel over mijn kleine nichtje van zeventien. Alsof zij ooit met zo’n oude vent als ik zou gaan, maar goed. Ik kon het niet uit haar hoofd praten, en toen kwam ze dichterbij met de kettingzaag, op mijn been. Het bloed spetterde in het rond, en mijn been lag opeens op de grond. De mooie vloerbedekking naar de haaien.”

Wat een verhaal. “Nooit gedacht aan een kunstbeen? Zo’n houten, als een piraat? Dat zou je vast goed staan.”

“Ja, en een ooglapje. Ik heb een houten been en een ooglapje gehad, maar mijn toenmalige vriendin, die ene na de kettingzaag vriendin, vond dat ik geen kunstbeen verdiende en heeft hem toen doormidden gezaagd. En dat ooglapje was omdat ze met een satéprikker in mijn oog had geprikt. Het traande en het prikte nog dagenlang.”

Deze man was interessant, maar ik was ergens wel bang dat als ik hem de kans gaf, dat ik ook in een zaagmeisje veranderde. Blijkbaar haalt hij het slechtste in de mens naar boven. Ik besloot het er maar op te wagen.

De eerstvolgende keer dat ik mijn vriendin zag, keek ze de hele tijd de andere kant op. Ze was teleurgesteld dat ik niet gefaald was. Het was een groot succes geweest.

Zo heb ik dus mijn man ontmoet. Onze schildpad heet Hond, zodat we toch nog een beetje een hond hebben, en ik hem niet alleen hoef uit te laten.

Hello Kitty Speldjes

Overal zag ik ze, bij iedereen, jong en oud, man of vrouw, zelfs bij honden en katten! Hello Kitty speldjes!

Persoonlijk vind ik het nogal lullig om bij een hond een Hello Kitty speldje in te doen, zo van “dan ben je toch nog een beetje kat..”

Ik vind katten ook veel leuker dan honden. Honden hijgen, blaffen, kwijlen over je kleren heen, ze stinken en moeten uitgelaten worden. Veel te veel moeite.

ALS je dan een hond neemt, doe hem dan géén Hello Kitty speldje in, want dan kun je dus net zo goed een kat nemen. Die kwijlen tenminste niet.

Maar goed, Hello kitty speldjes dus.

Ik wilde er eerst niet aan toegeven, want ja, iedereen droeg toch al Hello Kitty speldjes. En dan zou ik net als iedereen zijn.

Maar toen dacht ik: nou ja, dan kan ik net zo goed geen schoenen kunnen dragen, want iedereen draagt schoenen! (Op een paar freaks na dan… En arme Afrikaantjes die het niet kunnen betalen.)

De speldjes begonnen zo langzamerhand mijn leven te beheersen. Bij ieder mens met een Hello Kitty speldje wat ik zag, zag ik eigenlijk alleen nog maar het hello kitty speldje. Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden. Ik kwijlde ze zowat onder.

“Gaat het wel goed met je?” vroegen ze dan, maar het enige wat ik hoorde was: “Kooopppp eeeennn heellloooo kittty speldje!!!!!!!”

Ik kon mezelf gewoon niet meer tegenhouden, en ik kocht Hello Kitty speldjes.

Toen ik eindelijk Hello Kitty speldjes had, en ik was zielsgelukkig en ik hoorde er eindelijk bij op school, werden ze gestolen.

Ik had ze tijdens gym in mijn kluisje gedaan, want ik was bang dat er iets mee zou gebeuren tijdens het sporten. Niet dat ik ooit meedoe met sporten, ik giechel alleen maar een beetje, maar toch. Wie weet komt er ineens een bal tegen je hoofd, BOEM, tegen je Hello Kitty speldje aan, en dan is het straks nog kapot! Dat zou natuurlijk een ramp zijn.

Een meisje had dus gezien dat ik ze in mijn kluis stopte, en is toen tijdens de gymles naar de meisjeskleedkamer teruggeslopen om mijn kluisje open te breken en mijn Hello Kitty speldjes te stelen.

Ik begrijp het best, want haar moeder dacht zo ongeveer dat je mensen geen Hello Kitty speldjes in moet doen omdat je dan net zo goed een kat kunt nemen (die zeuren tenminste niet zo om geld). Het arme meisje mocht ze dus niet dragen van haar moeder.

Ze heeft er erg vaak tegen me over geklaagd, en dan zei ze dat ze zo jaloers was op mijn mooie speldjes. Ik wist dat het haar leven ook begon te overheersen, want wat ik ook tegen haar zei, het enige antwoord wat ik kreeg was: “ik wil ze ook hebben…” Er is dus geen twijfel over mogelijk dat zij de dief was.

Ze kwam de volgende dag op school naar me toe. Haar hoofd zat helemaal vol met (mijn) Hello Kitty’s. Haar houding was compleet veranderd.

“Kijk eens wat ik heb”, en met een zelfvoldane blik wees ze naar haar (mijn) Hello Kitty speldjes.

“Ik dacht dat jij die niet mocht dragen van je mama?” was het enige wat ik kon uitbrengen.

“Nee, ik doe het stiekem, maar waag het niet om het tegen haar te vertellen!” Ze keek heel schuldig, en huppelde toen vrolijk weg. (Hello Kitty = HK = Huppel Kutje)

Ik wist niet zo goed wat ik ermee aan moest, omdat ik op dat moment nog niet zeker wist wie de dief was geweest. Het had ook een ander kunnen zijn. Pas later drong het tot me door.

Mijn haar, helemaal Kitty-loos, was het lachertje van die dag op school. Vriendinnen vroegen me overstuur en pissig waarom ik in God’s naam mijn haar zo stom had zitten en waar mijn speldjes waren gebleven, om er vervolgens met de dief vandoor te gaan als hun nieuwe lid van de vriendengroep.

Toen die avond helemaal duidelijk was geworden wat er was gebeurd, besloot ik bij de dief langs te gaan. Dat ging toch zomaar niet, mijn speldjes stelen?

Na een lang, serieus en eerlijk gesprek kon ik gewoon niet meer boos op haar zijn. We besloten harde maatregelen te treffen. De volgende middag na school gingen we samen naar de H&M om nieuwe Hello Kitty speldjes te stelen, voor ons allebei ruim genoeg, zodat we nooit meer in Hello Kitty-nood kwamen. Of zodat we ze voor grof geld aan andere zielige meisjes konden verkopen die ze niet droegen.

De missie verliep niet zo soepel. We werden bijna gepakt en we zijn net ontsnapt, na een achtervolging van een dikke zwarte bewaker, maar die avond kroop ik voldaan in mijn bedje, wetend dat er een hele lading Hello Kitty speldjes in mijn kamer aanwezig waren.

Toen we de volgende dag op school kwamen, mijn sister in crime en ik, met Hello Kitty speldjes over ons hele lijf vastgespeld, zagen we gelijk dat we een gigantische blunder hadden begaan, en daar werden we dan ook flink op gewezen. Iedereen droeg nu namelijk Nijntje-speltjes.