Meuk

Hoewel ik wist dat ze doorhad dat ik naar haar keek, liep ze gewoon door zonder me ook maar één blik waardig te gunnen. Ik nam het haar niet kwalijk, ze had natuurlijk geen enkele reden om nog eens om te kijken naar zo’n man als ik, maar het betreurde me. Als we toch eens een keer met elkaar konden praten, zou ze erachter komen dat ik meer was dan alleen de vuilnisman. Maar waarom zou ze dat doen? Ze had alles wat haar hartje begeerde; het huis, de man, het kind, leuke vriendinnen, een betrokken famillie. Waar had ze mij dan nog voor nodig? Wat kon ik haar geven wat ze nog niet had, behalve een lege vuilnisbak?
Trouwens, als ik er niet was om haar vuilnis op te halen, had iemand anders het wel gedaan, dus in feite had ik haar helemaal niks te bieden. Waarom had ik dan toch zo het gevoel alsof ik dat wel had? Waarom had ik dan toch zo de behoefte me met haar te bemoeien?

Eenmaal thuisgekomen na een lange zware dag storte ik me meteen op de grote vuilniszak die ik die middag had weten te bemachtigen. Of nouja, niet dat ik er veel moeite voor had hoeven doen aangezien het mijn taak was vuilnis mee te nemen, maar toch. Hoe weinig moeite ik er ook voor hoefde te doen, het bracht me de voldoening van de wereld, zoals altijd, het nu in mijn bezit te hebben.
‘Man, wat moet je toch met al die troep?’ zei mijn huisgenoot en beste vriend, zonder echt op een antwoord te wachten. Hij zou waarschijnlijk nooit begrijpen waarom ik zo blij werd van een ouwe vuilniszak met als inhoud grotendeels afval, maar dat hoefde ook niet. Hij liet me mijn gang gaan, zolang hij geen last hoefde te hebben van andermans afval wat rondslingerde. Dat liet ik ook niet gebeuren.
Wat hij niet wist was dat het voor mij niet zomaar afval was, maar een grote schat. Een ding is zeker en dat is dat afval meer over iemand zegt dan je denkt, en als ik haar niet op een normale manier kon leren kennen, dan moest het maar zo.

Eigenlijk was ik sinds het verzamelen van haar afval meer en meer verliefd op haar geworden. Toen ik haar nog niet goed kende en een nieuwe wijk had opgekregen (haar wijk dus, haar mooie wijk), was ze me meteen opgevallen, maar ik heb geen enkele keer de kans gekregen met haar te praten. Ze was lang, blond, mooi, mysterieus, en steenrijk. Of nouja, dat was zij niet, maar haar man. Zij kon al het geld opmaken wat hij verdiende. En een beetje voor hun baby zorgen. Al had ik haar baby nog nooit gezien, maar aan de luiers tussen het afval te zien hadden ze er één. Ik moest maar net geluk hebben wilde ik haar toevallig tegenkomen. Ik moest maar nét op het goede moment haar straat doen en dan moest zij maar net op dat moment thuiskomen of weggaan. Dat gebeurde maar zelden, maar dat maakte het mysterieus, en omdat ze lang, blond, mooi en steenrijk was, mocht het.
Als ik haar dan toevallig tegenkwam, en ik zei haar gedag, of ik lachte naar haar, of ik zei dat ze niet zo boos moest kijken, negeerde ze me, terwijl ik haar alleen probeerde op te vrolijken. Maarja, ik was natuurlijk niet degene die haar op mocht vrolijken. Haar man en haar kind, haar vriendinnen, haar famillie, die mochten dat doen. En ik mocht alleen maar toekijken. Ik mocht hun restjes hebben, waarin ik maar voor een miniscuul beetje op kon vangen hoe ze leefde.

Het was niet zo dat ik ieder leeg blikje kattenvoer van haar koesterde en op een altaar zette, ik was niet aan elk ranzige beetje afval van haar gehecht, maar er zaten af en toe dingen tussen die van belang waren, en ik kwam nog eens iets over haar te weten.
Zo wist ik bijvoorbeeld dat ze dol was op witlof, aan haar kassabonnen te zien at ze het minstens twee keer per week. Ook werd ze vaak verwend met dure hotelletjes en etentjes. De moed zonk me meer en meer in de schoenen bij het zien van zulke praktijken, want er was geen enkele kans dat ze haar luxe leventje zou opgeven voor een armoedzaaiertje als ik. Ook haar kat kreeg alleen het beste van het beste te eten, terwijl ik de mijne voerde met euroshopper. Waarschijnlijk vond haar kat zichzelf ook te goed voor de mijne, aan haar loopje te zien was het een snobbistisch beest.
Ik had er al eens over nagedacht het beestje te ontvoeren en haar terug te brengen en de held uit te hangen. Wat zou ze blij met me zijn… maar ik wilde haar het liefst zo min mogelijk verdriet doen.
Ik negeerde de opmerking van mijn huisgenoot en scheurde de kersvers gescoorde vuilniszak open. Naast me zette ik mijn eigen vuilnisbak neer, om de dingen die ik niet kon gebruiken meteen in te deponeren. Ik trok mijn handschoenen aan en graafde mijn weg door wat etensresten. Al gauw kwam ik een maandverband tegen, en ik twijfelde nog even wat ik ermee moest doen: het had natuurlijk wel tussen haar benen gezeten, maar toen besloot ik dat het bewaren hiervan mischien wel een tikkeltje ver ging. Ook vond ik een dikke envelop met rekeningafschriften van haar man. God, wat kocht die vent veel kleding voor haar. Even een middagje shoppen, bijna duizend euro verder. Dat zou ik haar niet kunnen bieden. Waarschijnlijk kreeg ze ook nog eens geregeld een nieuwe garderobe, want in deze vuilniszak zat nog kleding ook. Een paar dure shirts en 2 broeken. In plaats van dat ze het gewoon aan iemand weggaf… Ik viste ze eruit en deed ze in de wasmachine, en nam me voor ze aan mijn zusje te geven, die had zo ongeveer hetzelfde postuur.
Mijn hart sprong op toen ik een envelop vond met een handgeschreven adres. Brieven waren mijn favoriet. Zo te zien was hij aan de man gericht. Verheugd trok ik hem uit de envelop.

Lieve Evert,
Ik wilde je nog even bedanken voor de fantastische tijd die we samen hebben gehad.
Je hebt me ontzettend verwend en je weet echt hoe je iemand bijzonder moet laten voelen. Ik heb me geen moment druk om haar hoeven maken, je liet me echt voelen alsof ik de enige voor je was. Maar we weten allebei dat het zo niet langer door kan gaan, hoe moeilijk het ook is. We moeten ons eigen leven weer gaan leiden, je hebt een kind om voor te zorgen en ik kan niet langer leven met dit schuldgevoel jegens je vrouw en je dochter.
Ik wil je nogmaals ontzettend bedanken, je hebt me veranderd als persoon. Je hebt me geleerd mezelf en anderen te waarderen en dat zal ik nooit vergeten.
Het ga je goed, liefste.
Clarice.

Het eerste wat in mijn hoofd omging na het lezen van deze brief was: welke mongool schrijft er nu weer zo’n brief naar een vreemdgaande man, dat is toch vragen om problemen? Waarna ik me afvroeg wie er nu sowieso nog brieven schrijft. Ook vervloekte ik de man. Dan heb je zo’n fantastische vrouw, voor zover ik kon weten, en dan nog moet je persee zo’n dramatische slet erbij hebben. Aan haar handschrift te zien was het een kutwijf. Eerst laat je jezelf even verwennen met dure hotels en etens en kleding, en als je jezelf eenmaal waardeerd is de man overbodig. Kut Clarice. Kut Evert.
Maar ik was ze ergens ook dankbaar, want deze brief was het ultieme bewijsstuk dat die man niet deugde, en dat ze bij hem weg moest gaan; maar ik wist wel dat als ik hier iets mee zou uithalen, ik haar leven compleet overhoop zou gooien. Was het aan mij om dit aan te richten?
Niet alleen dat, maar had ik er ook wat aan? Zou ze niet gewoon woedend zijn, haar leven haten en compleet vergeten dat er een achterliggende reden was dat ik haar dit liet zien? Bovendien wilde ik liever niet dat ze wist dat ik in haar vuilnis liep te snuffelen. De mensen met wie ze omging zouden dit waarschijnlijk niet doen, dus als ik iemand wilde zijn met wie ze omging zou ik het eigenlijk ook niet mogen doen. Ik wist niet of ik nou blij moest zijn met deze brief of dat het een belasting was. Voorheen had het binnendringen van haar leven onmogelijk geleken, slechts een mooie droom. Met deze brief had ik de mogelijkheid haar van haar man te scheiden, maar geen idee hoe ik het zo moest aanpakken dat ze me dankbaar in de armen zou vallen en zou beseffen dat ik dit uit onvoorwaardelijke liefde had gedaan, waarna ze voor altijd bij me zou blijven.
Ik legde dit dilemma voor aan mijn huisgenoot, die me erop wees dat vuilniszakken konden scheuren en dat madame natuurlijk niet kon weten dat de brief oorsponkelijk in een envelop hoorde te zitten.

Toen ik mijn ronde door haar mooie buurt deed, met de brief en rekeningafschriften in mijn kontzak, gierden de zeuwen me door het lijf. Ik stond op het punt een leven te veranderen, of misschien zelfs wel twee, met een beetje geluk die van mij erbij. Mijn benen voelden aan als elastiek, want ik wist totaal niet wat ik moest verwachten. Moest ik niet wat voorbereidend werk doen, een praatje met haar maken? Nu zou ik namelijk alleen maar de vuilnisman met het slechte nieuws zijn, ik maakte geen schijn van kans, maarja, wat moest ik anders? Ze zou me tenminste opmerken. Was ik een lul?
Toen ik haar haar auto onhandig in zag parkeren, wist ik dat ik snel moest handelen. Als ze naar binnen zou gaan was mijn kans verkeken, ik had alvast met mezelf afgesproken dat ik niet zou aanbellen, er mocht geen kans bestaan dat haar man ons hoorde praten.
Ik stapte op haar af, en terwijl ik bijna bezweek onder de zenuwen schraapte ik mijn keel, waarna ze geschrokken omkeek en achteruit deinsde toen ze zag dat ik het was.
‘Lieve meid, ik wil het graag even met je ergens over hebben..’ begon ik. Ze keek verbaasd, verder was er weinig van haar gezicht af te lezen, het zou over van alles kunnen gaan.
Ik haalde de brief uit mijn zak. ‘Vorige week scheurde perongeluk de vuilniszak open toen ik hem in de…’
‘Ja? Ik heb niet heel de dag de tijd’ onderbrak ze me snauwend.
Ik was even van mijn stuk gebracht, maar wat dacht ik eigenlijk? Dat ze meteen hartelijk met me zou praten? Ik was de vuilnisman maar.
‘Deze brief viel eruit, en ik werd nieuwschierig, sorry. Ik vond dat je het moest weten.’ Ik gaf haar de brief en ze begon te lezen. Haar blik verried niets. Toen ze klaar was, stpte ze ‘m in haar zak. Ze keek me eventjes aan, met een blik die ik niet kon plaatsen.
Stond ze me nou te observeren?
‘Je hebt dit uit liefde gedaan, ik weet het. Het is me heus wel opgevallen, de manier waarop je naar me keek. Zo keek Evert ook altijd naar Clarice’, zei ze.
Ik weet niet wat ik had verwacht, maar dit was wel het laatste. Ik wist natuurlijk niets over de situatie van Evert en Clarice, maar ik ging ervanuit dat ze ervan geweten had, en dat ze een moment had afgewacht er een punt achter te zetten.
‘Geef me vijf minuten’, zei ze, waarna ze haar huis binnen holde. Er ging van alles door mijn hoofd, ik wist niet meer wat ik moest denken. Haalde ze nu haar man erbij en zou ik straks in elkaar getimmerd worden? Ik wachte nerveus, vijf minuten werden er vijftien, maar het was natuurlijk ook een vrouw.
Uiteindelijk kwam ze dan toch, en ik geloofde mijn ogen niet. Ze zeulde twee reusachtige koffers met zich mee, en toen ze voor me stond liet ze ze dramatisch vallen en ze viel in mijn armen. ‘Ik blijf voor altijd bij je’.

Onderweg naar huis, in haar brandschone, peperdure auto, smste ik mijn huisgenoot wanhopig dat hij gauw mijn vuinis moest verbergen, omdat we eraan kwamen. Ik snapte het allemaal nog niet zo goed. Ze zat nu dan wel eindelijk naast me, precies op de plek waar ik haar altijd had willen hebben, maar het leek me allemaal ineens erg onwerkelijk. Waren we nu echt op weg naar mijn huis, zou ze nu echt bij me blijven?
Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ging er dan ook ineens van alles tussen ons gebeuren? Ik wist niet of ik dat wel durfde, ik kende haar nauwelijks. Was ze nu mijn vriendin?
Na al die maanden van het ophalen en doorzoeken van haar vuilnis, wist ik niet hoe het nu verder moest gaan, maar goed, we moesten er maar het beste van maken.

Een paar ietwat onwennige weken gingen voorbij. Ja, we probeerden leuke dingen te doen en met elkaar te communiceren, maar het kan behoorlijk vreemd zijn om plotseling iedere minuut te spenderen met iemand die je nog nooit hebt gesproken. Toen ik haar vroeg of ze haar kat niet miste, zei ze dat ze dat rotbeest nooit leuk had gevonden en dat vond ik totaal niet in haar plaatje passen. Het meisje wat ik in gedachten had was een lieve dierenvriendin en degene die ik in werkelijkheid bij me had was een koud kreng, maarja, wat had ik dan verwacht? Het was ook nooit goed.
Het werd op den duur nogal lastig ons brood bij elkaar te verdienen, dus ik stelde voor dat ze eens wat meehielp aan het huishouden, maar daar wilde ze niets van weten. Die goede baan van haar was helemaal niets, en ze was verontwaardigd. Ze dacht dat ik alles voor haar overhad. Dus ik ging de straat weer op om vuil te ruimen. Toevallig was ik net ingedeeld in haar oude straat. Net toen ik daar aan de slag was, kwam er een mollige brunette het huis uitgelopen. Ze had een chagrijnige kop en had een vuilniszak in haar handen. Toen ze mij zag kwam ze op me afgelopen en duwde het in mijn handen. ‘Je bent net op tijd. Stomme kutkat schijt aan één stuk door, ik heb ook nooit een minuut rust in dat stomme stinkhuis. Ik haat die vent! Hij doet ook niks.’
Ik geloofde mijn oren niet. Wie was deze vrouw? Was hij uit wanhoop maar gewoon weer verder gegaan met die stomme Clarice? Hoe had hij deze chagrijnige dikzak kunnen verkiezen boven de prachtige blondine die nu bij mij op de bank zat te stralen?
Ik wilde het helder krijgen in mijn hoofd, dus ik besloot haar er maar gewoon naar te vragen. ‘Bent u misschien Clarice?’
Ze keek me aan alsof ik gestoord was. De verbazing droop van haar gezicht. ‘Pardon?’
Er viel even een stilte, want ik begreep niet wat er aan de hand was. Zij ook niet, maar toch ging ze verder. ‘Was het maar zo’n feest. Die prachtige blonde slet hoeft maar even met haar wimpers te knipperen en mijn man likt haar voeten. Maar goed, gelukkig is ze eindelijk met de noorderzon vertrokken. Blijft ze tenminste met haar tengels van hem af. Tonnen heeft hij aan haar uitgegeven, de stinkende aasgier. Hij heeft zelfs een auto voor haar gekocht. Maar ja, hij had vast medelijden met haar. Ze was moederziel alleen en verging bijna van de honger.’

Wat betekende dat Clarice nu bij mij op de bank zat, en dat mijn hele liefde voor haar een leugen was geweest. Ik had het idee verliefd te zijn geweest op de zielige, prachtige, blonde, mysterieuze, rijke en bedrogen vrouw, maar ik had er een mannenstelende aasgier voor in de plaats gekregen. En de zielige bedrogen vrouw in kwestie was een dikke brunette met een chagrijnige rotkop.  Al die keren dat ik haar had bewonderd tijdens het ophalen van de rommel, was het Clarice geweest, die onder werktijd van Everts vrouw stiekem bij hem langs was geweest, en zich vervolgens tegen mij voordeed als Everts’ ex. En ik was er keihard ingestonken, Clarice had meteen een ander nodig gehad nadat ze Evert had gedumpt, die dag dat ik haar tegenkwam om het officieel uit te maken en al haar spullen op te halen. Het was niet eens haar vuilnis die in mijn huis rondslingerde, of misschien maar voor een deel. Als ik me bij dat afval een oude, dikke brunette voorstelde was het toch een stuk minder aantrekkelijk. Vies witlof-wijf.
Waarom koos ze mij? Ik had geen cent te makken. Misschien was dat ook de reden. Clarice hoefde voor mij geen enkele moeite te doen, ik lag voor het oprapen, net als een zak vuilnis, en zo voelde ik me ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *