Hummus

Het eerste wat ze die ochtend deed toen ze beneden was, was haar neus ophalen. Afkeurend keek ze naar mijn tosti, die in veel vet gebakken was. Ze zuchtte en liep naar de keuken. Ze smeerde hummus op een biologische zuurdesem boterham en ging aan het andere hoofd van de tafel zitten. Weer wierp ze een zure blik op mijn tosti.
Superieur begon ze haar boterham met hummus op te eten. Iedere keer dat ze er een hap van had genomen, legde ze hem weer neer. Dat deed ze altijd. Ik wist niet wat het nut er van was. Misschien moest ze haar handen vrijhebben omdat ze al haar concentratie nodig had om die gortdroge boterham met groene smurrie naar binnen te werken. Mij lukte het in ieder geval niet, al deed ik nog zo mijn best.
Ze pakte haar boterham weer op en nam een hap. Er bleef een beetje groene smurrie in haar mondhoek zitten. Ze legde de boterham weer neer en veegde met haar pink de smurrie weg. In plaats van het in haar mond te stoppen, smeerde ze het af aan de rand van haar bord. “Wat nou?” vroeg ze. Ik had niet eens iets gezegd.
Ik haalde mijn schouders op.
“Ik ken die blik”, zei ze. “Dat jij het nou prima vindt om die rotzooi op te eten…” Ze wees naar mijn tosti.
“Eet jij nou maar gewoon je hummus en laat me lekker”, antwoordde ik. Sinds ze op de gezonde toer was, was alles wat ze voorheen ook gewoon had gegeten, ineens barbaarse troep. Het enige wat ze nog at was hummus. Iedereen at alleen nog maar hummus. Heel de wereld was geobsedeerd door hummus en iedereen die het er niet mee eens was, was in ontkenning.
“Is er iets mis met hummus?” vroeg ze. Ik had geen zin in deze discussie. Niet wéér.
“Je gaat je gang maar. Ik vind het alleen belachelijk dat je het aan je bord afsmeert”, probeerde ik het af te kappen.
“Sorry?” zei ze verontwaardigd. “Ik heb net mijn gezicht ingesmeerd met Weleda. Hoe natuurlijk het ook mag zijn, ik wil het liever niet in mijn mond als het voor mijn gezicht bedoeld is.”
Natuurlijk moest ze er even bij vermelden dat ze alleen natuurlijke verzorgingsproducten gebruikte. Stel je toch eens voor dat ik haar ervan zou verdenken dat ze Nivea gebruikte… Dat zou wat zijn.
“Maar natuurlijk, je hebt gelijk”, zei ik, en ik probeerde zo lief mogelijk naar haar te glimlachen. Misschien hield ze dan haar mond.
“Er zit curry aan je tanden”, snauwde ze.
“Er zit hummus aan je bord”, antwoordde ik, terwijl ik haar zeikerige stem imiteerde.
Ze stond op en stampte nijdig naar de bank aan de andere kant van de kamer. Mooi. Nu hoefde ik tenminste niet meer toe te kijken hoe ze na ieder pietepeuterig hapje haar boterham neerlegde, het was niet om aan te zien.
“Smeer je je hummus niet aan de bank af?”, riep ik haar na. Het was misschien een natuurlijk product, maar ik wilde het liever niet aan mijn bank, als het voor haar maag bedoeld was.