De dag van de grote date

Wekenlang had ik hier naartoe geleefd, en eindelijk was het dan zover: De Grote Dag van De Date!

Eerlijk gezegd had ik geen idee met wie ik had afgesproken, het enige wat ik wist was dat het een ‘intelligente en aardige kennis van mijn soort van vriendin’ was.
Oh, en dat hij Robert-Jan heette.
Ze kwam met het verhaal dat ze toch zó’n leuke date had gehad, en toen kwam er zo’n zeurverhaal waarom ik niet eens ging daten, en dat ze nog een intelligente en aardige kennis voor me wist, en dat een blind-date eigenlijk toch niets voor mij was, en dat ik het toch wel zou verpesten.
En dat was de reden dat ik het wél wilde doen. Ik wilde bewijzen dat ik niet altijd alles verpestte. Snol.
Dan lachte ze er zo’n beetje bij, sloeg een arm om me heen… “Onhandige meid van me! Blijf jij nog maar even alleen!”
Goed bedoeld, dat zal allemaal wel, ja.
Ik zou haar scheinheilige hoofdje wel eens willen zien als Robert-Jan haar vertelde dat hij helemaal ondersteboven van me was.
Daar zat ik dan, in een veel te overdreven prachtige jurk voor zo’n armzalig tentje.
Ja, waarom zou je ook je best doen, veel geld uitgeven voor een eerste date? Je weet niet met wie je hebt afgesproken, wie weet is het wel een ramp. Dan kun je maar beter iets goedkoops doen. Tenminste, zo dacht Robert-Jan blijkbaar.
Ik had me helemaal uitgesloofd, en ik dacht dat mijn soort van vriendin had gezegd dat ik DAT vooral niet moest doen, alleen maar omdat ze wilde dat ik het verpeste. En ik wilde niet naar haar luisteren, dus had ik me wél uitgesloofd.
En nu liep ik dus voor lul. Blijkbaar was ze toch aardiger dan ik dacht.
Ik was ontzettend benieuwd naar de mysterieuze Robert-Jan, maar ik besloot hem alvast een minpunt te geven omdat hij te laat was.
Niet dat ik vaak op tijd kom, of beter gezegd: Soms kom ik gewoon helemaal niet opdagen, maar daar gaat het niet om.
Ik was dit keer op tijd. Niet omdat de date veel voor me betekende, maar enkel alleen om het niet te verpesten. Of misschien moest ik hem juist wel pluspunten geven om zijn te laat komen, omdat ik dat ook altijd kom, en daarom passen we geweldig bij elkaar!
Ik zat dus al eventjes te wachten tot ik het belletje van de zaak hoorde rinkelen. Ik keek achterom, en daar was hij dan.
Het was alsof het in slowmotion gebeurde. Hij kwam naar me toe, en we keken elkaar aan. We keken elkaar aan. We keken elkaar aan.
Zijn sprankelende groene ogen was het enige waar ik oog voor had. Ze leken wel te zingen, zingen voor mij.
Het was alsof ik de hele wereld zag op dat moment. Erg cliché misschien, maar ik verdronk erin. Die dingen gebeuren ook op de wereld, helaas.
Terwijl hij (in slowmotion) op me af liep, bekeek ik de rest van het geheel.
Zijn bruine haren haren zaten nonchalant warrig, hij had een moedervlekje onder zijn oog. Er waren al wat sporen van kraaienpootjes te bekennen.
Zijn neus was van groot formaat, en je weet wat ze daarover zeggen. Maar ja, dat zeggen ze ook weer over handen en voeten, dus ja. Laat maar.
Zijn lijf was gewoonweg perfect, alleen één minpunt, en dat verklaarde de slowmotion, namelijk: hij miste een been.
Toen ik tot die gruwelijke ontdekking kwam, bleef ik maar staren. Er flitsten wel duizenden gedachtes door me heen.
Als we ooit samen een hondje zouden nemen, zou ik hem alleen uit moeten laten. Ik zag ons samen op bed, ik zou al het werk moeten doen.
Hij zag me staren, en hij staarde naar waar ik naar staarde, of nou ja, eigenlijk, waar ik níet naar staarde, want er was niks om naar te staren.
Eindelijk, daar was hij dan. Misschien was hij daarom zo laat, misschien was zijn rolstoel kapot. Misschien kon hij niet opstaan uit de taxi.
Misschien moest een omaatje hem helpen oversteken, en dat ging waarschijnlijk ook niet in een erg rap tempo.
Ik stond op om hem te begroeten, maar er kwam niets in me op. Even was er een stilte, en toen zei ik: “Waarom been je zo laat?”
“Waarom ik zo laat been? Uhm…”
“Ben, bedoel ik.”
“Nee, ik heet Robert-Jan.”
Op dit moment haatte ik mijn vriendin echt. Intelligent en grappig? Dat moest ik dan nog even ontdekken.
“Zouden hier invalideplekken zijn?” flapte ik eruit. Oh, ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Ik probeerde het te verzachten en zei:
“Nee hoor, laat maar zitten. Je hoeft niet te gaan kijken. Dat zou een beetje lang duren.”
En toen sloeg ik mezelf echt voor mijn kop.
Hij lachte. Een mooie lach, maar ja, ik dacht aan dat hondje dat ik alleen zou moeten uitlaten. Nee. Trouwens, ik hou niet eens van honden.
Maar samen een hondje nemen, dat doe je nou eenmaal. Misschien was het een beter idee om een schildpad te nemen.
“Ga zitten, Robert-Jan”, zei ik. Hij ging zitten. Als je hem zo zag, aan een tafeltje, en je zag niet wat zich onder de tafel afspeelde, of nou ja, beter gezegd: niet afspelen, want er miste iets, dan zou je in één slag verliefd kunnen zijn.
“Heb je erg lang moeten wachten?” vroeg hij. Ongeveer een uur, dacht ik bij mezelf, maar ik zei het niet.
“Nee hoor, ik was zelf ook te laat”, loog ik. Belachelijk eigenlijk, maar als ik heb moeten wachten op iemand, zeg ik dat ik er net ben. Anders staat het misschien een beetje genant. Alsof ik niets beters te doen heb dan wachten op een invalide vent. Wat in feite ook zo is.
Hij pakte mijn hand en drukte er een kusje op. Schattig. Ik keek in zijn stralende groene ogen, en ik besloot er maar het beste van te maken. Ik zette de beelden van rolstoel-basketbal maar uit mijn hoofd.
We begonnen een beetje een gesprekje. Hij had een leuke, grappige stem, viel me nu op. Maar toch verliet de gedachte aan dat been me maar niet.
Ik besloot het er maar op te wagen, want het zou niet eens zo erg zijn om nog iets te verpesten. Hij kon moeilijk boos weglopen, want dat zou een mislukte scéne zijn geweest. Iemand die boos wegloopt hoort hard weg te stampen, niet als een soort opaatje weg schuifelen.
“Waar is je been?” vroeg ik lomp.
“Ik ging op vakantie naar Amerika en hij vond het zo leuk dat hij niet meer weg wilde. Hij is daar blijven wonen”, was zijn antwoord.
“Ah zo.” Al was mijn vraag hier niet echt mee beantwoord. Of nou ja, letterlijk misschien wel, maar een achterlijke zou nog kunnen bedenken dat er misschien meer achter die vraag zit.
Ik wilde de sappige details horen, waar vast veel bloed aan te pas kwam. Verlamming, amputatie? Een kettingzaag?
Na er even overheen gepraat te hebben, ging hij er toch zelf over verder. “Kettingzaag.”
Aha, dus toch. Driemaal is scheepsrecht, zeggen ze wel eens. Meestal is het niet waar. Als ik als eerst aan een kettingzaag had gedacht, was het dus niet waar geweest.
“Ja, kettingzaag, wie wat waar?” vroeg ik. Ik moest het weten, anders zou ik niet kunnen slapen. Dan zou ik allemaal debiele theorieën hebben bedacht.
“Geflipte ex.”
“Ah zo.”
“Ik zat rustig op de bank naar sesamstraat te kijken, toen zij opeens voor mijn neus stond. Ze zwaaide gevaarlijk met haar kettingzaag, die ze nauwelijks kon dragen. ‘Is het waar?’ vroeg ze. ‘Ben je met haar naar bed geweest?’ Wat grote onzin was, alleen was ze een beetje paranoide, altijd al geweest ook. Dat was eerst de reden dat ik op haar viel, maar nu begon het toch wel griezelige vormen aan te nemen. Ze had het nog wel over mijn kleine nichtje van zeventien. Alsof zij ooit met zo’n oude vent als ik zou gaan, maar goed. Ik kon het niet uit haar hoofd praten, en toen kwam ze dichterbij met de kettingzaag, op mijn been. Het bloed spetterde in het rond, en mijn been lag opeens op de grond. De mooie vloerbedekking naar de haaien.”
Wat een verhaal. “Nooit gedacht aan een kunstbeen? Zo’n houten, als een piraat? Dat zou je vast goed staan.”
“Ja, en een ooglapje. Ik heb een houten been en een ooglapje gehad, maar mijn toenmalige vriendin, die ene na de kettingzaag vriendin, vond dat ik geen kunstbeen verdiende en heeft hem toen doormidden gezaagd. En dat ooglapje was omdat ze met een satéprikker in mijn oog had geprikt. Het traande en het prikte nog dagenlang.”
Deze man was interessant, maar ik was ergens wel bang dat als ik hem de kans gaf, dat ik ook in een zaagmeisje veranderde. Blijkbaar haalt hij het slechtste in de mens naar boven. Ik besloot het er maar op te wagen.
De eerstvolgende keer dat ik mijn vriendin zag, keek ze de hele tijd de andere kant op. Ze was teleurgesteld dat ik niet gefaald was. Het was een groot succes geweest.
Zo heb ik dus mijn man ontmoet. Onze schildpad heet Hond, zodat we toch nog een beetje een hond hebben, en ik hem niet alleen hoef uit te laten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *